Het is koud. Het is nat. Dikke truien liggen nog steeds in mijn kledingkast voor het grijpen en onze houtkachel brandt nog dagelijks om de temperatuur in de woonkamer behaaglijk te houden.
COLUMN - De natuur is een blauwdruk van alles wat we bedenken. Neem nu de koolmees. In drukke steden zingen mannetjeskoolmezen anders dan hun soortgenoten op het platteland.
De 43e editie van het Breda Jazz Festival ligt achter ons. Zelf was ik net op tijd terug in de stad voor de traditionele openingsceremonie op de Grote Markt. Mijn heimwee naar de genoten Griekse vakantiezon verdween acuut bij het horen van de melodie van De Paarse Heide op viool.
Hij schuift ongeduldig op zijn terrasstoel. Zijn ogen schieten voortdurend heen en weer over de Grote Markt. Platte pet op zijn kale schedel, groeven in het gelaat.
‘Waar ga je naar toe?’
Ik sta naast een collega in de lift. Beiden hebben we vakantie.
‘Nergens, gewoon thuis.’ Ik haal mijn schouders op en kijk haar van opzij aan.