Koperen drol kijkt terug

Schommelen in Breda 02
De Mezz, hier met schommel. foto Serge Mouthaan

Gerelateerde berichten

COLUMN - Bij een jubileum horen bloemen, muziek, champagne en een toespraak van de burgemeester. Die hoort dan te zeggen dat de jubilaris een “bijzondere plaats in onze mooie stad Breda inneemt”. Popcentrum Mezz bestaat 10 jaar. Hoogste tijd om de koperen drol zèlf aan het woord te laten.

Je ziet er wat vermoeid uit. Laat geworden?
“Ja, ik heb een klein feestje gegeven gisteren. Vrienden, bekenden, je kent het wel. Voor je ’t weet, escaleert het gigantisch uit de hand. We hebben een band in een hoogwerker geduwd, podiumpje buiten, indrukwekkend. En daarna vooral veel bier drinken.”

Bier drinken, daar is de Bredase popliefhebber goed in, hè?
“Dat is een bekend cliché. En zoals elk cliché is het op de eerste plaats zo waar als een koe. Niet voor niks neemt de bar een fors deel van de zaal in. De Bredanaar wil bier drinken en ouwehoeren, óók bij een optreden van een kwetsbaar kwelend zangeresje. Maar dat heb ik leren accepteren in de afgelopen tien jaar.”

Wat is je het meeste bijgebleven in die tien jaar?
“Wil je een diplomatiek antwoord of een eerlijk antwoord? Als ik zeg dat ik de meest uiteenlopende muzieksoorten, van heel lokaal tot wereldberoemd, heb zien passeren, lieg ik niet. Veel mooie avondjes beleefd hier. Maar goed, dat lijkt me niet meer dan logisch. Eerlijk: eigenlijk gaat het al tien jaar vooral over mijn uiterlijk (ik wil dat je de term koperen drol nú terugneemt, heb het wel gehoord hoor!) en over mijn geweldige geluid. Oftewel: over de randvoorwaarden, niet over de inhoud.”

Oké, de inhoud dan: meer of minder, moeilijker of makkelijker?
“Zoals ik al zei, heb ik de Bredase volksaard leren accepteren. Ik ben een mooi, klein zaaltje dat heel lekker klinkt en waar men massaal naartoe komt voor het vertrouwde werk: De Dijk en 90’s NOW. Maar dat bekende werk wordt hier wel súper uitgevoerd. Iedereen blij, zou je zeggen. Behalve de vooruitstrevende ontdekkingsreiziger en de fan van ècht grote artiesten; die gaan maar lekker naar die grote, zwarte doos in Tilburg.”

Al met al, zin in de volgende tien jaar?
“Zeker! Tegen die tijd zal ik er waarschijnlijk een stuk groener uitzien, dat koper gaat namelijk nog oxideren. Misschien is dat ook wel symbolisch: hoe ouder hoe groener. Ik blijf altijd jong. En ik zie een jonge generatie bescheiden levensgenieters trappelen van ongeduld. Die houden van kleinschalige, lokale initiatieven. Rock, dance, hiphop en liefst een bonte mix daarvan. Daarvoor moeten ze bij mij zijn. Dàt heb ik wel bewezen, toch?”

Spotless Mind