menu

Column

Bier en goede voornemens, ze gaan niet samen

Bredavandaag logo
Babs Verstrepen

COLUMN - Ergens in de afgelopen week ben ik wakker geworden met het voornemen om nooit meer bier te drinken. Ik geef toe dat die gedachte niet zozeer gevoed werd door nieuwjaars-idealen, maar meer door een irritante kabouter die zich met een enorme hamer onder mijn schedel genesteld had.

Waar komt die voorliefde voor speciaal-bier toch vandaan? Waarom voel ik steeds de drang om op zoek te gaan naar dat ene biertje dat precies bij mijn smaak en stemming past? Waarom drink ik niet gewoon pils, of beter nog, waarom geen water? Ik kon die dag niks nuttigers verzinnen dan mezelf op de bank te installeren, en met een doosje paracetamol en een fles water binnen handbereik op zoek te gaan naar de antwoorden op deze vragen.

Het eerste wat ik vond was dat ik een directe afstammeling blijk te zijn van een echte meesterbrouwer. In het jaar 1800 kreeg de opa-van-de-opa-van-mijn-oma deze titel, hij was pas 24 jaar oud. Volgens de geschiedenisboeken heeft hij een redelijk vermogen opgebouwd met het brouwen van bier. Enige geruststelling drong langzaam door tot mijn vertroebelde brein. Zou dit de verklaring zijn? Omdat ik nog niet helemaal zeker van mijn zaak was, besloot ik verder te zoeken.

En ineens stond het daar, de het antwoord op al mijn vragen. Zijn naam is Kevin Verstrepen.

Als wetenschapper aan de universiteit van Leuven is deze naamgenoot op zoek naar het beste bier. Of beter gezegd, hij is op zoek naar het beste gist om bier mee te brouwen. Want iedere brouwer gebruikt gist maar niet iedere brouwer gebruikt het optimale gist om de biersmaak te krijgen die hij voor ogen heeft. Een typisch moutig biertje vraagt volgens dr Kevin om een ander gist dan bijvoorbeeld een frisse IPA. In zijn laboratorium stuurt daarom hij een heel team van wetenschappers aan om dit geheim te ontrafelen. Hij ziet het als zijn taak om het juiste gist bij het juiste bier te brengen en zo de wereld van de bieren nog mooier te maken dan hij al is.

In mijn hoofd werd die kutkabouter langzaam om zeep geholpen door de paracetamolletjes en er begon me iets te dagen. Ergens in een ver verleden moeten deze bier-professor en ik een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad. Er is dus niks aan de hand, ik heb geen drankprobleem. Mijn zoektocht is gewoon een groot wetenschappelijk experiment.

Nu maar hopen dat die nieuwe Bredase brouwer niet teveel lekkere biertjes gaat brouwen want dan ben ik nog wel even bezig met mijn experiment.

Proost!

Babs Verstrepen