Eeuwige tulpen

Gwennie Wondelgijn
Gwennie Wondelgijn

Gerelateerde berichten

COLUMN - We staan met z’n drieën naast elkaar: mijn lief, jongste en ik. Alle drie kijken we naar hetzelfde. Jongste houdt haar hoofd wat schuin. Mijn lief doet een paar stappen naar achteren, kijkt nog een keer goed, schudt zijn hoofd en draait zich vervolgens om. Het valt niet in de smaak.

Ik twijfel.
De kleuren zijn wel mooi. Warm, zonnig, alles vloeit in elkaar over op een natuurlijke manier. Maar wat stelt het voor? Ik heb geen flauw idee.
Jongste staat nog steeds peinzend naast me. Haar ogen heeft ze ondertussen ietwat dichtgeknepen. Alsof het allemaal helderder wordt tussen de wimpers door.
Dan draait ook zij zich resoluut om.
‘Nee, ik vind het niks,’ zegt ze en loopt een paar meter door.
Ik kijk haar na, haal dan mijn schouders op en geef haar gelijk. Dit is niks voor ons.
Na een klein uur hebben we eigenlijk alles wel gezien, maar niets gevonden.
We besluiten naar Oosterhout te rijden. Misschien dat we daar wel slagen.
Een klein half uur later parkeren we onze auto in voor de Galerie en niet veel later struinen we weer door gangen en grote ruimten.
Ook hier komen we dingen tegen waarvan we ons afvragen hoe je nu moet weten of het recht hangt of misschien toch op de kop. Ook zijn hier heel mooie dingen te vinden. Maar veel en veel te groot voor onze bescheiden woonkamer.
De eigenaar van deze galerie is enthousiaster dan in Breda en al snel heeft hij door wat we leuk vinden, waar we van houden. Hij neemt ons mee naar achteren en zet een aantal schilderijen naast elkaar. Ook een vierluik van vrolijke tulpen schikt hij naast elkaar tegen een lege wand. Dit vind ik wel leuk. Vrolijk. Kleurig. Maar ook weer niet té.
Ik knik en ik hoor ook jongste goedkeurend mompelen.
Mijn blik gaat naar mijn lief en ook hij kijkt blij.
We besluiten nog een rondje te maken door de verschillende ruimten, maar komen dan toch weer terug naar de tulpengroep.
Deze gaan het worden.
Blij loop ik met de man mee naar de grote tafel. Stuk voor stuk pakt hij het vierluik van tulpen in. En als blijkt dat ze ons toch niet bevallen, mogen we ze gewoon terugbrengen, verzekert hij ons. Volgende week, volgende maand, over een jaar, het maakt niet uit.
Ik ben er helemaal mee in mijn sas. De kunstuitleen is zo gek nog niet!