menu

Column

Klunen

Gwennie Benjamins
‘Blijf je hier het weekend? Of ga je naar huis?’ Ik zit in de trein naar huis en de vierpersoonszitplek deel ik met drie meisjes. Studenten. Het is na vijven en de schemering is ingevallen.

‘Blijf je hier het weekend? Of ga je naar huis?’
Ik zit in de trein naar huis en de vierpersoonszitplek deel ik met drie meisjes. Studenten. Het is na vijven en de schemering is ingevallen.

Terwijl ik naar het witte landschap kijk waar we doorheen glijden kan ik niet anders dan meeluisteren met het kwetterende drietal.
‘Hier natuurlijk!’ antwoord het meisje naast mij. ‘Jij toch ook wel?’ vervolgt ze lichtelijk verbaasd. ‘Je gaat toch wel mee klunen?’
Het eerste meisje – een blond, klein ding - kijkt verrast op.
‘Klunen?’ echoot ze. Onderwijl gluurt ze naar buiten.
‘Klúnen?’ herhaalt ze nog een keer.
‘Ja, klunen,’ zegt het eerste meisje weer. Ze praat iets harder nu om haar zin kracht bij te zetten.
‘Zuipen bedoelt ze, met zo'n knipkaart. Van café naar café. Heel Breda doet mee...’ Nummer drie geeft geluid zonder haar ogen van haar gsm-scherm af te halen. Haar vingers vliegen over het scherm heen en af en toe trekt er een grijns over haar gezicht. Dan stopt ze haar toestel in een hoesje en met een zucht van voldoening leunt ze achterover.

‘Roy komt ook,’ knikt ze tevreden. ‘Ik heb hem over kunnen halen, dus dat wordt wel wat inschuiven zaterdagnacht.’
Het blonde meisje krijgt een verwilderde in haar ogen. De conversatie gaat blijkbaar te snel voor haar.
‘Inschuiven?’ De vraag hangt een tel tussen de meiden in.
‘Je bent wel van de herhalingen vandaag, is het niet?’
Het meisje naast mij schopt vriendschappelijk tegen de voet van haar overbuurvrouw. ‘Is de kou je naar je kop gestegen?’

Ze schieten alle drie in de lach. De een iets onzekerder dan de ander.
‘Ik weet nog niet of ik blijf,’ zegt de eerste dan.
‘Mijn broers hebben gevraagd of ik met hen meega. Schaatsen. Ik heb eigenlijk al ‘Ja’ gezegd.’
De twee anderen zijn even stil.
‘Moet je zelf weten,’ mompelt de een. ‘Meer ruimte voor Roy en mij,’ knikt de ander.
‘Tja,’ schokschoudert het blonde ding. ‘Beloofd is beloofd…’
‘Maar ik zal wel aan jullie denken, hoor,’ grijnst ze dan.

‘In Friesland ligt echt nog niet volop ijs. We zullen best wel een keer of wat moeten klunen. De drank drinken we wel na het schaatsen. Bij ons Mem. Wel zo warm.’
Tevreden leunt ze achterover. Haar ogen weer op het witte landschap gericht.
Ik grinnik.

Drie meisjes, drie werelden. Zo dicht bij elkaar, zo ver van elkaar af.