menu

Column

Gezocht: medecursisten

Gwennie Benjamins
In de afgelopen weken heb ik er een paar keer schuins naar gekeken. Niet te lang, niet te vaak. Gewoon, een korte blik in het voorbij fietsen.

In de afgelopen weken heb ik er een paar keer schuins naar gekeken. Niet te lang, niet te vaak. Gewoon, een korte blik in het voorbij fietsen. Iedere ochtend voor ik mijn fiets stalde en ’s middags als ik er heel snel voorbij ging, onderweg naar huis.

Absoluut struisvogelpolitiek, want hij staat er natuurlijk gewoon wel.
Je kunt er niet omheen eigenlijk, dus wie hou ik nu precies voor de gek?
Goed.

Zolang ik iedere keer nog die veilige kettinkjes zag bungelen met ‘verboden toegang’ erop kon ik gewoon net doen of hij er niet was. Maar het werd me wel steeds duidelijker: dit wordt de weg.
Van noord naar zuid. Van de een naar de andere kant.

Afgelopen vrijdag was het zover: de kettingen werden verwijderd en je mocht er gebruik van gaan maken.
Met een zucht van opluchting constateerde ik een vrije dag in mijn agenda. En hoera voor mijn besluit om parttime te werken: maandag is mijn standaard vrije dag!

Dinsdag kon ik er echter niet meer omheen: om van achter naar voor te komen moest ik er toch echt overheen. Of omlopen, maar dat zou 10 minuten extra reistijd betekenen.
Onderaan weifelde ik nog even, om toen mezelf flink toe te spreken. Schiet op bangerik, ben jij nu degene die met beveiligingstouwen de bergen ingaat? Die huttentochten en glettersteig tot genot pur sang bestempelt? Ben jij die stoere die geen gevaar uit de weg gaat?

Met benen die aanvoelden als drilpuddinkjes beklom ik het ijzeren gevaarte. Mijn ogen verbeten op de stalen treden gevestigd en in mijn hoofd de mantra: ‘het is niet eng, het is niet eng…’ herhalend.
Bovenaan waagde ik een blik over het station.
Best indrukwekkend eigenlijk. Maar daar hield het voor mij ook helemaal mee op.
Met trillende benen liet ik me even later op de bank in de trein zakken.

‘Maar waarom zet je je fiets dan niet aan de voorzijde van het station?’ vroeg een medepassagier toen ik hem mijn heldendaad vertelde.
Mijn mond zakte even open.
Een kleur kroop over mijn hals in de richting van mijn wangen.
Dat ik daar nu zelf niet op gekomen was. Volledig in beslag genomen door de actie op zich.
Vanmorgen heb ik mijn fiets omgereden. Heerlijk relaxt. Om niet veel later tot de ontdekking te komen dat ook deze vluchtroute tijdelijk is.

Nu ben ik dus op zoek naar een nieuwe cursus: hoe klim ik veilig over stations heen?