menu

Nieuws

Vertrouwen in stationsgebied ondanks onzekere markt

foto
Erik Eggens
foto Erik Eggens
Serge Mouthaan

BREDA – Nu dat de ene crisis de andere alweer lijkt op te volgen staan vele grootssteedse ontwikkelingen onder druk. Dat geldt eveneens voor het Via Breda project. Toch gaat het college met vertrouwen verder. “Het zijn rare tijden, maar ik heb geen reden om te twijfelen.”

Wethouder Alfred Arbouw is een realistisch man. Hij ontkent de moeilijkheden die de bouwwereld parten spelen niet, maar zwart kijken is ook niet aan hem besteed. Het stadsbestuur zet alles in om Via Breda van de grond te krijgen en dat moet en gaat lukken.

Samenwerking onder druk
Zo heeft het college al in een eerder stadium de keuze gemaakt sommige delen van Via Breda tot 2020 in de ijskast gezet. De gemeente richt zich nu puur op het stationsgebied.

“We hebben nu niet de capaciteiten en het geld om alles te ontwikkelen. Het stationsgebied is al groot en lastig genoeg om in deze tijd te realiseren. Dan staat ook nog de samenwerking met partijen onder druk”, zegt Arbouw.

Hij doelt op het terugtrekken van NS Poort uit het Stationskwartier, een onderdeel van Via Breda. De marktpartij gaf als reden aan dat zij zich in de toekomst alleen nog richt op hun ‘core-business’, waaronder het nieuwe station in Breda. Investeringen daarbuiten, in stationsgebieden, zijn daarmee verleden tijd. Het betekende een klap voor de gemeente Breda.

Hard trekken
Arbouw ziet dat elke partij let op hun eigen huishoudboekje of dat nou een overheidsinstantie is of een marktpartij maakt niet uit. “Daarom moeten we er vanzelfsprekend hard aan trekken en de regie in eigen handen houden. Ook om vertragingen te voorkomen, want dat kost geld. Zo hebben we nu een overeenkomst met Dura Vemeer dat in plaats van NS Poort een deel van het stationsgebied gaat ontwikkelen.”

Het Stationskwartier, het gebied waar het stadsbestuur nu alle pijlen op richt, behelst de Openbaar Vervoersterminal en het nieuwe centraal station. Verder bestaat het uit de woongebieden aan de zuidzijde van het station, waaronder de Drie Hoefijzers langs de Ceresstraat en een bouwlocatie aan de Spoorstraat. Daarnaast de bouwlocaties aan de noordzijde, waaronder het voormalig Oranjeboomterrein en een strook aan de rand van de Belcrum.

Aanjager
De wethouder stelt dat alles aan de vooravond staat van ontwikkeling en dat voor alle plekken geïnteresseerden zijn. Onder meer de WTC-organisatie die graag een filiaal in Breda willen opstarten. Arbouw geeft aan dat het van belang is partijen over de streep te trekken om zodoende andere mee te trekken.

Een WTC-kantoor zou een aanjager kunnen zijn, maar of zij besluiten hier te komen blijft de vraag. Niets is zeker. “Veel partijen kijken de kat uit de boom. Dat merk je. De huidige vastgoedmarkt zit op slot en is moeilijk te voorspellen. We kijken dan ook kritisch naar de waarde van een plan en vragen daar fors op door. Daarom verkennen we zelf de markt."

Inmiddels is op de plek van de toekomstige Stationslaan aan de noordzijde gestart met de aanleg van de bouwweg. Hierna wordt begin 2012 begonnen met de aanleg van de OV-terminal die in twee delen wordt gebouwd. De opleverdatum van dit deel ligt op augustus 2013. Daarna start de bouw van het zuidelijk deel van het nieuwe station. In 2015 moet gehele complex gereed zijn.

Voor het omliggende gebied zijn dus onderhandelingen en gesprekken gaande. Een positieve stap is besluit vanuit het Rijk om de rechtbank naar het Stationsgebied te verhuizen. Dat was even onzeker, maar dat heeft uiteindelijk voor Breda goed uitgepakt.

Uniek gebied
“De komst van de rechtbank is van onschatbare waarde. Dat is heel belangrijk voor andere spelers bij hun beslissing om naar het Stationskwartier te trekken. Ook de keuze van de overheid om Breda aan te wijzen als een van de dertien gemeenten waar overheidsinstanties en gebouwen blijven, is daarin essentieel. Daarnaast is de HSL nu al een trekker. Zeker straks wanneer de Noord-Zuidlijn helemaal draait”, meent Arbouw.

Ook geeft de wethouder aan dat het in zijn ogen een uniek gebied is waar marktpartijen in kunnen stappen. Volgens hem geeft de locatie, zo midden in een stadscentrum, bijzondere mogelijkheden.

“Bedrijven die in deze moeilijke tijd willen investeren, kijken waar er nog kansen liggen. In die zin heb ik wel vertrouwen dat we partijen over de streep kunnen trekken. Ik heb geen reden om daaraan te twijfelen.