menu

Nieuws

Zoevend de Bredase berg van station Breda op (foto's)

foto
Wijnand Nijs
Een scherpe bocht naar rechts, bovenaan de klim.
Wijnand Nijs

BREDA - Zenuwachtig rijden de wielrenners hun opwarmrondje over het fietspad bij Breda Centraal. Inrijden voor het evenement van de dag: de eenmalige klimtijdrit naar het parkeerdek op het station. 500 meter, waarvan 250 omhoog tegen 8%.

Deze Bredase berg blijkt een aantrekkingskracht te hebben op een flink contingent renners. Beentjes geschoren, strakke broek en dito hemd staan ze klaar. Wachtend op de vier piepjes bij de start. Om de minuut mogen ze omhoog knallen, wethouder Selçuk Akinci rond 11.00 uur als eerste.

Zijn tijd? “Ik denk rond de minuut”, zegt hij enige tijd later. “De tijdwaarneming deed het niet. Of ik het nog eens wilde proberen. Maar ik was hem al eens opgefietst en de tweede keer ging al minder dan de eerste.”

Het is een ludieke wedstrijd, maar wel een wedstrijd. Want de fanatieke amateurrenners proberen toch de snelste tijd neer te zetten. Welke versnelling moet je pakken, schakel je nog onderweg? Start je snel op de eerste vlakke 150 meter of hou je wat over voor de laatste vlakke meters. “Ik had toch wat minder snel moeten starten”, analyseert Jasper van Gils zijn rit. Maar met iets boven de 40 seconden doet hij aardig mee. Erick Patist uit Breda staat met een energiehapje na te genieten. “41 hoog”, antwoordt hij op de vraag naar zijn tijd. De triatleet is er tevreden mee.

Het ludieke wordt misschien wel het mooist uitgebeeld door de eenwieler die het waagt de Bredase berg te beklimmen. Ongeschonden komt hij boven, maar in de laatste vlakke meters komt toch de eer om de hoek kijken. Het aanzetten voor de eindsprint moet hij twee keer bekopen met een val, waar hij overigens ogenschijnlijk ongeschonden van opstaat.

Dat wielrennen ook een vader-zoon-ding is bewijzen Kees en Lars Verheijen uit Chaam. “Hij was een seconde sneller op zijn mountainbike”, wijst pa naar zijn 15-jarige zoon. Zelf reed vader, lid van de organiserende club de Rouleurs uit Ulvenhout, in 48 tellen omhoog. Ook Jelle Segers (16) uit Breda deed een poging. “Maar mijn voorbereiding was niet best. Afgelopen nacht maar drie uur geslapen. We waren met school een week in Berlijn geweest, en gisteren teruggekomen, vandaar.”

Dat het heel snel kan, bewijst wegwielrenner en veldrijder van het Rabobank developmentteam Stan Godrie. De jonge prof knalt in 36 seconden naar boven. Of hij even door kan rijden naar de dopingcontrole klinkt het met een bewonderende toon op het parkeerdek.