menu

Nieuws

Breda moet Rat Verlegh Stadion aan NAC-supporters verkopen. En wel hierom

foto
Peter Visser
Wijnand Nijs

ANALYSE - De gemeente Breda staat op het punt het Rat Verlegh Stadion te verkopen. Over hoe dat moet heeft het college een aantal scenario’s opgesteld. Het meest logische én beste voor de club ontbreekt: fans kopen het stadion.

De eerste vraag is natuurlijk: waarom wil de gemeente het stadion verkopen? Het antwoord is: Volgens het college is dat de beste manier om - zoals de raad het wil - ‘de knoop in de relatie tussen gemeente en NAC Breda te ontwarren.’

“Het ongewenste effect van de huidige relatie - de kans dat een (financieel) probleem van NAC Breda ook direct een financieel probleem wordt voor de gemeente Breda - wordt hierdoor verkleind”, stelde het college in juni van dit jaar. De band eigenaar - huurder schept immers verplichtingen, heeft het verleden ook aangetoond.

Het college is na een onderzoek met deze scenario’s gekomen:
Scenario 1: Verhuur van het stadion aan een andere partij dan NAC Breda, die het doorverhuurt.
Scenario 2: Verkoop van het stadion (met eventueel ontwikkelrechten voor winkels)
Scenario 3: Optimalisatie van de huidige situatie.

Inmiddels heeft een aantal belangstellenden zich gemeld voor optie twee. Die partijen maken wel een voorbehoud: ze zien de koop niet los van de rechten om rond NAC winkels te bouwen. Dat is niet heel raar. Want daar zit de kip met de gouden eieren. Met circa tienduizend vierkante meter te realiseren winkelruimte weet de eigenaar zich bij volledige verhuur verzekerd van naar schatting 1,25 tot 1,5 miljoen euro aan huurinkomsten en een vastgoedwaarde van zo’n 15 miljoen, leert navraag bij makelaars. Aan jaarlijkse inkomsten komt de huur van NAC bij. De club betaalt nu zo’n negen ton per jaar aan huur aan de gemeente.    

Prijs voor ontwarren knoop
Het idee is dat bij verkoop niet alleen de gemeente erop vooruit gaat door dat de relatie met NAC wordt genormaliseerd, maar dat ook NAC erop vooruit gaat. Dat vraagt enige uitleg. Binnen de gemeenteraad wordt ervan uitgegaan dat er flink afgeboekt moet worden op het stadion om het te kunnen verkopen, misschien wel met meer dan tien miljoen euro tot zo’n vijf miljoen. Dat is de prijs die de gemeente betaalt voor het ‘ontwarren van de knoop van de relatie met NAC’. Dat betekent dat de gemeente ergens anders moet bezuinigen.

Gevolg: de Bredase belastingbetaler betaalt mee aan de verkoop van het stadion en helpt daarmee een ondernemer aan een aantrekkelijk renderende investering.  

Lagere huur niet zeker
Zo’n lagere waarde van het stadion zou ook tot een lagere huur moeten leiden. Daarover wordt wel gesproken in de documenten, maar het is geen harde eis aan een nieuwe eigenaar. Sterker nog: het huurcontract ligt tot 2034 vast. Daardoor kan een nieuwe eigenaar NAC de ‘ouderwetse’ huur blijven doorberekenen en maakt hij op basis van de aanschafprijs een mooi rendement.

Tienduizend supporters als eigenaar
Precies hierom zou de gemeente het stadion moeten verkopen aan de supporters. Zij zouden het stadion zonder winstoogmerk kunnen verhuren aan de club. Een simpele rekensom: Tienduizend supporters die gemiddeld voor 500 euro aandelen Rat Verlegh Stadion kopen en het stadion is van de fans en voor de club.

NAC kan het stadion vervolgens huren tegen een prijs die voldoende ruimte biedt voor onderhoud en investering. Laten we zeggen vijf ton per jaar, waarbij elke drie jaar wordt gekeken over de huur naar beneden kan. Daarmee houdt NAC jaarlijks in elk geval vier ton over die het kan investeren in jeugdopleiding en spelers én weet het zich verzekerd van een eigenaar die het beste voor heeft met de club.

Geld blijft in Breda
En mocht NAC ooit toe zijn aan een nieuw stadion? Dan verkopen de supporters het huidige stadion en grond alsnog aan een ontwikkelaar en investeren de opbrengst in een nieuw stadion. Op deze manier blijft het stadion én het geld in Breda, en financiert Breda niet de winst van een enkele vastgoedondernemer.

Er is een kleine hobbel die genomen moet worden. Volgens de verkoopregels die de gemeente heeft opgesteld moet een koper over de afgelopen twee jaar minimaal tien miljoen euro omzet hebben gedraaid. Dat betekent dat er een bedrijf moet opstaan die deze constructie wil voorfinancieren in het belang van de supporters en club.

De andere optie, Breda stelt de verkoop even uit en wacht tot de buurtrechten zijn ingevoerd, waarin het Right to Bid is opgenomen. Die werkwijze geeft de Bredanaar het recht om zelf als eerste met een voorstel te komen, voordat de markt aan zet is.

Goed idee?
Reageer hier!