Foto: Camiel Beekers

Geen optocht, maar in Prinsenbeek bouwen de Knalkoenen door

PRINSENBEEK - De optochten van Prinsenbeek zullen aankomend jaar niet doorgaan. Een grote teleurstelling voor de leden van carnavalsvereniging de Knalkoenen, die voor de laatste keer mee zouden doen aan de kinderoptocht in het dorp. Maar bij de pakken neerzitten doen de jongeren niet. Ze zijn alsnog de werkplaats ingedoken.


Je zou het misschien niet verwachten, maar in het boerenlandschap rond Prinsenbeek is uit een schuur ‘gewoon’ carnavalsmuziek te horen. Roel (15) en Tijn (15) van CV de Knalkoenen zijn hier namelijk druk bezig met het bouwen en lassen van de fundatie voor een carnavalesk bouwwerk. 

“Ondanks corona en de afgelaste optocht wilden wij toch bezig blijven, daarom zijn we gewoon begonnen met bouwen”, legt Tijn uit. “We maken een groot hoofd met bewegende ogen”, vertelt Roel trots terwijl hij voor het skelet van het bouwwerk staat. Ondanks dat dit niet wordt gemaakt voor de optocht, levert het wel de nodige voorpret op. “We vinden het gezellig om met elkaar te bouwen en we willen gewoon bezig zijn, het is namelijk maar saai zo zonder carnaval.” Bovendien verwachten ze niet dat er tijdens de carnavalsdagen niks gebeurt. “Er is een idee om de straten van Prinsenbeek te gaan versieren en daar willen wij graag aan meehelpen”, legt Tijn uit.

Ervaringen
De jonge wagenbouwers doen op deze manier ook de nodige ervaring op voor als ze een wagen gaan maken voor de grote optocht. “We leren nu extra goed hoe we in de toekomst een wagen nog mooier en beter kunnen maken. Zo kunnen we ook wat nieuwe technieken toepassen”, vertelt Roel enthousiast. “Wij mogen deze werkplaats gebruiken van een vader van een van de leden. We zullen dit hoofd tijdens carnaval bij hem in de voortuin zetten als versiering en bedankje.” De leden werken erg hard, na het eerste weekend is de fundatie al ver af. “Het is natuurlijk niet een heel groot bouwwerk, dus dan gaat het snel”, vertelt Roel. “Maar dat maakt niet uit, we doen het vooral voor het plezier.”


Foto Camiel Beekers


Foto Camiel Beekers