Foto: Stefanie Vermeulen

De 5e KinderTrendRede is een feit: ‘Als kinderen het zeggen, komt het echt binnen’

BREDA - “Soms zijn we bang dat onze mening verkeerd is. Maar eigenlijk kan een mening niet verkeerd zijn, want je mag vinden wat je vindt.” En zo is het maar net. Gisteren werd de KinderTrendrede van Breda gehouden, het jaarlijkse moment waarin kinderen van groep zeven en acht recht voor hun raap hun visie op Breda geven, nu en in de toekomst. Een jubileum, want dit jaar is de KinderTrendrede voor de vijfde keer opgevoerd en aangeboden aan Marianne de Bie, wethouder Onderwijs, Jeugd en Cultuur. 


Dit jaar maakten kinderen van groep 7 en 8 van de leerlingenraad van 28 Inos basisscholen de KinderTrendrede. “De kinderen hebben bij ons meegedacht over de nieuwe koers van Inos. En nu denken ze ook mee over de toekomst van de stad. Het is belangrijk dat de stem van de kinderen klinkt en met 28 basisscholen is een heel groot deel van de stad vertegenwoordigd,” zei Nicole van Son, voorzitter College van Bestuur van Inos tijdens het event. 

Voor deze vijfde editie zoomden de kinderen in op drie onderwerpen die de afgelopen vijf jaar steeds terugkeerden in hun redes en waar Breda inmiddels grote programma’s op heeft ingericht: Natuur en biodiversiteit (programma Stad in het Park), techniek en digitalisering (programma Bredata) en gelijke kansen (programma Verbeter Breda). Zo storen de kinderen zich aan de ruimte die de auto krijgt en willen de kinderen dat het de inwoners makkelijker wordt gemaakt om de fiets te pakken. Door de fietser altijd voorrang te geven op de auto bijvoorbeeld, en met paaltjes die omhooggaan wanneer een automobilist een aankomende fietser op een fietspad moet kruisen. 

Raakvlakken
Voor Michiel Keulemans, programmamanager Verbeter Breda komt de KinderTrendRede precies op het goede moment: “We zijn momenteel samen met de stad bezig om ambities te formuleren die de kansenongelijkheid moeten terugdringen en Investeer in de jeugd is een van de vijf thema’s. De adviezen uit de KinderTrendrede kunnen we goed gebruiken.” Keulemans hoorde veel raakvlakken in de adviezen, zoals het gratis schoolontbijt, bijles voor iedereen en de rijke schooldag. Maar op de een of andere manier kwam het meer binnen: “Als een volwassene het zegt, ben je geneigd kritisch te luisteren, zie je eerder haken en ogen. Kinderen vertellen het veel eenvoudiger. Wat ze zeggen, raakt.”