Mannensport

  Column

“Het Bredase publiek wil strijd, beleving, dat je kansen creëert en agressief speelt.” NAC-coach Robert Maaskant beschrijft de speelwijze van zijn team aan de vooravond van het seizoen.


Nu we negen wedstrijden achter de rug hebben, kunnen we concluderen dat daar geen woord van gelogen is. NAC strijdt, vliegt erop, gooit de beuk erin. Met mannen als Zwaanswijk en Penders als stevige wortels aan de basis, en types als Reuser, Van der Leegte en Lurling die de beuk erin gooien en weten hoe je als goede gastheer uitdeelt.

Het voetbal is ontegenzeggelijk een stuk aantrekkelijker dan vorig seizoen, toen NAC op veilig naar een prachtig resultaat op de ranglijst kwam. NAC speelde vanuit een ijzeren discipline, een dichtgetimmerd tactisch concept. Als een collectief. Saai.

NAC speelt nog steeds als collectief. Strijdt als collectief. Bruist. En maakt de strijdkreet ‘Wij gaan niet opzij’ meer dan waar. Dan moet je dus ook niet gek staan te kijken als enkele spelers al strijdend over de schreef gaan. Want dat hoort erbij.

Tuurlijk was Lurling zijn overtreding tegen Twente ontzettend stom, vond-ie zelf ook. Maar wel begrijpelijk. Lurling gaat voor in de strijd. Nooit aflatend, geen duel schuwend. Dat hij het daardoor weleens aan de stok heeft met zijn tegenstander, da’s niet gek. Lurling gaat de wedstrijd in als een man, en verlaat het veld met een bemodderd shirt. Precies zoals we dat in Breda graag zien.

Kuitenbijterje Mtiliga ging zaterdagavond in het duel met Groningen ook tot het randje. En iets erover. De Deense back nam het manmoedig op voor zijn doelman, die even daarvoor onreglementair belaagd was door een lompe Groninger. Mtiliga pakte de boosdoener bij zijn nekvel, en die ging naar de grond. Overdreven, uiteraard. Maar die rode kaart was begrijpelijk. Mtiliga toonde de strijdwijze van dit seizoen.

Dat coach Robert Maaskant dan achteraf probeert de kaart van de Deen weg te poetsen, valt vanuit zijn positie te verdedigen. Maar de coach moet als geen ander weten dat zijn aanvalsplan dit tot gevolg heeft. Want als je een ploeg hebt die voor elkaar door het vuur gaat, dan brandt er weleens iemand zijn vingers. Daar moet je dan ook niet over lullen.
Voetbal is een mannensport, Robert.
Op naar de Superboeren.