Het fluitende vogeltje en de nachtelijke rendez-vous - met lederen handschoen

  Column

Chill! Relax! Ga slapen trut! Het is godsakker midden in de nachts en ik kan niet slapen. Over drie uur loopt die verdomde wekker af en dan is het de bedoeling dat ik onder de douche spring, mezelf aankleedt en op de een of andere manier in een trein richting de randstad terecht kom. De tijd van schaapjes tellen ligt al een paar uur achter me. Ik word gek van het staren naar de wekker en de krimpende tijd die mij nog in dit warme bed rest.


De afgelopen dagen viel ik in slaap op de hypnotiserende doffe carnavals-tonen die de wind ons wijkje blies. Maar nu is het weer stil. Te stil. Alsof de hele stad slaapt, behalve ik.

En dan ineens het gefluit van een vogeltje. Niet het geluid van een koolmeesje die doet alsof hij een ouderwetse piepende fietspomp is, maar een heerlijk rustgevend riedeltje. Hij zit in de dakgoot, vlak onder mijn slaapkamerraam en zingt speciaal voor mij. Ondanks het zeurende gevoel van mijn volle blaas en het knagende stemmetje in mijn hoofd vergeet ik dat ik moet slapen en lig ik ineens helemaal zen te luisteren naar een verdwaald vogeltje in de dakgoot.

Ik wil niet dat het beestje wegvliegt en zijn serenade ergens anders voortzet. Mijn krakende lattenbodem zal als een kanonskogel door de stille nacht klinken daarom blijf ik heel stil liggen. Verderop in de straat hoor ik het geluid van naderende voetstappen. Onregelmatige mannen-voetstappen die over de stoep zwalken. Ik ben niet de enige in Breda die nog wakker is.

Onder mijn raam blijft de hij staan. Ik hoor de stem die bij de voetstappen hoort. Een onverwacht gecontroleerde diepe stem die niet bij de zwalkende tred lijkt te passen. 'Hallo vogeltje, wat zit jij daar mooi te zingen.' Het vogeltje doet net of hij niet doorheeft dat er tegen hem gepraat wordt en fluit rustig verder. Er ontstaat een dialoog tussen de voetstappen-meneer en het vogeltje. Ik heb geen idee waar het gesprek tussen die twee over gaat, want ik voel mijn ademhaling dieper worden en mijn oogleden zwaarder.

Als ik de volgende morgen de deur uitstap liggen er twee stille getuigen op de stoep van dit nachtelijke rendez-vous. Een bruine lederen handschoen en een sigarettenpeukje.

Ik hoop dat het vogeltje vannacht weer komt fluiten in mijn dakgoot en dat de voetstappen-meneer dan zijn verloren handschoen gaat zoeken. Zelfs als ik er wakker voor moet blijven tot kwart over drie.

Babs Verstrepen