Driekwart van Breda
gaat in vlammen op
Een warme Middeleeuwse periode rond 1500, mogelijk warmer dan nu, stond garant voor grote stadsbranden. Zo was de zomer van 1503 in grote delen van West- en Midden-Europa bijzonder warm en droog. Het was aanhoudend warm van half mei tot in het begin van augustus. We kunnen dit alleen uit geschriften halen, daar men in die tijd nog niet over officiële metingen beschikte. In juli waren er in die zomer branden bij Breda in het moer en in een bos. Een vergelijkbare zomer deed zich voor in 1534. Die was in West-Europa grotendeels warm en droog. Behoudens enkele korte perioden met enige regen, was het droog van april tot in de herfst. De maanden juni en juli waren erg warm. Nu waren de meeste huizen in 1534 nog van hout en de brandveiligheid was ook niet op het niveau van 2023.
Driekwart van de stad Breda ging in vlammen op. De brand brak op 23 juli uit. Dat is één dag na Maria-Magdalenadag. Het vuur begon in de buurt van de St.-Janskapel (hoek Sint Janstraat met de huidige Halstraat). Doordat de wind vanuit het zuidwesten kwam, werd vrijwel de gehele binnenstad in enkele uren vernietigd. Behalve het deel dat tijdens de eerste grote stadsbrand op 27 augustus 1490 al was afgebrand en herbouwd in steen. In 1490 brandde Breda ook grotendeels af. Er werden in 1534 ongeveer 1300 huizen getroffen. Het vuur greep ook toe in de kapel van de St.-Jan, de Gasthuiskerk, de kerk van de Grauwe Zusters, de kapel van St.-Wendelin en het klooster Sint-Catherinadal. Na de brand van 1534 werd de stad mooier opgebouwd dan ooit tevoren![n]