Is er straks alleen nog maar zomer
Op basis van verdergaande CO2-uitstoot blijft er over een jaar of 60 alleen nog maar het zomerseizoen over op basis van de temperatuur. Als de uitstoot van CO2 blijft zoals hij nu is, dan zou hetzelfde evenwicht als nu blijven. Eén lange herfst als het ware, en dan nog een uitgebreide zomer. Mei en september doen het de laatste jaren ook vaak goed als zomermaanden. Terwijl in de winter sneeuw en vorst amper nog voorkomen. Maar het blijft koffiedik kijken. De gevolgen van uitstoot van CO2 van vroeger jaren begint nu pas zijn uitwerking te hebben. Dan is er nog het ontdooiende methaangas in de poolstreken. Dat blijft weliswaar minder lang in de atmosfeer hangen, maar kan het kwik tijdelijk wel flink doen stijgen.
De oceaantemperaturen zijn momenteel extreem hoog. De oceanen hebben wereldwijd de afgelopen tientallen jaren als buffer opgetreden om CO2 op te slurpen. Dat beginnen ze nu als warmte af te geven. En zo zijn er nog vele terugkoppelingsmechanismen die een rol spelen bij klimaatverandering. Mechanismen waarvan we niet weten wanneer en hoe precies ze werken. Klimaatonderzoek blijft dus een belangrijk onderdeel van de wetenschap. En dat het zo belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat een toenemend aantal warme dagen en warme nachten gezondheidsrisico’s met zich mee brengen. Nu lijkt het voor ons in het noordwesten van Europa allemaal wel mee te vallen. Het voorjaar was extreem nat en relatief koel, net als de voorzomer nu. Niets is minder waar. Business as usual. Een “slechte koele en natte Hollandse zomer”. Dat het langdurig nat is, dat klopt. Maar dat we de lente en nu de zomer ervaren als koel, komt mede doordat we de laatste jaren veel warmte met hittegolven gewend zijn. En die zijn er nog steeds. Wereldwijd liggen grote gebieden op een rooster met dodelijke hittegolven met temperaturen tussen 40 en 50 graden. Alleen zien we dat amper op het nieuws.