Sneeuw (deel 1)
"Vroeger kon het zo hard sneeuwen, zo'n dik pak …”, is de openingszin van het lied ‘Sneeuwen' van Daniël Lohues uit het jaar 2009. Het is in ieder geval van 2010 geleden dat er een min of meer vergelijkbaar pak sneeuw lag in Breda en omgeving. Sneeuwen doet het aanzienlijk minder dan vroeger. En door de opwarming van de Aarde zal het aantal dagen met sneeuw en de dagen met een sneeuwdek naar verwachting in Nederland alleen maar afnemen. Op 20 december 2010 lag er in de ochtend een pak van 18,5 cm in de Haagse Beemden en op 22 december 2009 kon er in de ochtend een laag van 20,5 cm gemeten worden. Het hoogste sneeuwdek in Breda in de recente jaren is nu aanzienlijk scherper gesteld. Op woensdag 7 januari 2026 lag er op het weerstation in de Haagse Beemden 25 cm! Het genoemde weerstation werd in november 1997 in gebruik genomen.
Dus de sneeuwsituatie mogen we best bijzonder noemen. De eerste 10 dagen van januari leverde een reeks van zeven dagen met sneeuwval op. Dat op zich is al bijzonder te noemen in het tijdelijke nieuwe normaal tijdperk van nu. In een warmer klimaat is de hoeveelheid neerslag zeker niet minder. Er is iets tegengesteld aan de hand. Hoe warmer het is, hoe meer neerslag er valt. Die neerslag valt dan ook steeds meer in de vorm van regen. Echter, bij temperaturen rondom het vriespunt is dat heel gevoelig. Warmere lucht kan immers bij elke graad opwarming 7% meer waterdamp bevatten en dus meer neerslag. Dit effect wordt de Clausius-Clapeyron relatie genoemd. Deze wet is vernoemd naar de ontdekkers ervan in de 19e eeuw: Rudolf Clausius en Benoit Clapeyron. Bij temperaturen ver onder nul zal dit dus meer sneeuw opleveren. De grootste hoeveelheid sneeuw kan echter alleen vallen bij temperaturen enkele graden onder het vriespunt. Dat is dan ook de reden, dat in het Noordpoolgebied meer sneeuw valt dan voor de opwarming. De temperaturen komen daar immers duidelijk dichter bij het vriespunt. Het is meestal dan toch sneeuw dat daar valt. In Nederland is het juist zo dat het kwik steeds minder in de buurt van het vriespunt komt en de kans op sneeuwval afneemt.[n]