Sneeuw (deel 2)

In een opwarmend klimaat kan de atmosfeer per gestegen graad 7% meer vocht vasthouden. Dat betekent meer neerslag, niet alleen in de vorm van regen, maar ook meer sneeuw bij temperaturen rond het vriespunt. Zeker in omstandigheden zoals twee weken geleden. Een aanvoer van zeer koude lucht met een noordwestelijke luchtstroming over een relatief warme Noordzee waar zich dan volop sneeuwbuien verzamelen. Onder gunstige omstandigheden zou dit mogelijk de komende paar jaar nog een keer kunnen optreden. Echter in een snel opwarmend klimaat wordt niet alleen het water van de Noordzee hoger, maar ook van de lucht die er over heen stroomt. De kans op sneeuw neemt zo zienderogen af. 


De kans op enige sneeuw blijft nog een tijdje langer bij een noordoostenwind die van het land afkomt, maar de hoeveelheden zullen beduidend lager zijn. Enerzijds is landlucht droger, dus die brengt altijd al minder sneeuw met zich mee. Bovendien is er een trend gaande dat noordoostenwinden ook minder koud zijn. 


Een sneeuwdek is niet alleen mooi, het is ook goed voor het doorsijpelen van water in de bodem, omdat het smeltproces traag verloopt. Er is echter één uitzondering. Het mag niet te veel c.q. te hard regenen. Dan spoelt de sneeuw mee weg in het riool of in de rivieren en beken. Positief is ook dat het sneeuwdek als een soort warm dekentje dienst doet. De toplaag van de grond geraakt hooguit licht bevroren zodat bij smelt sneeuw langzaam de grond in kan sijpelen. En als derde, de verdamping is in de winter kleiner tot gering in vergelijking met de zomer. Zo kan de meeste sneeuw rustig de grond insijpelen. Althans zo ging het tot nu toe meestal wel. Sneeuw bevat best veel water. Als het pas gevallen is zit er nog relatief veel lucht tussen, maar dat klinkt in. Eén cm sneeuw komt overeen met één liter water per vierkante meter. Er lag gemiddeld in Breda 25 cm sneeuw ofwel 25 liter water per vierkante meter![n]