
Op deze manier wil Breda de onveiligheid in het Valkenberg en stationsgebied aanpakken
Door: Olaf Knook AlgemeenBREDA - Betere verlichting, meer toezicht en gerichte handhaving op straatintimidatie. Met die aanpak wil de gemeente Breda het gevoel van onveiligheid fors terugdringen in Park Valkenberg en het stationsgebied. Ondanks jarenlange inzet blijft het gebied voor veel inwoners en reizigers een plek voor overlast. Wethouder Eddie Förster (Veiligheid) benadrukt dat dit gebied ‘een topprioriteit’ is.
Tijdens een winterse wandeling door het Valkenberg en de Willemstraat licht Eddie Förster afgelopen donderdag de nieuwe aanpak toe. Vooraf rijdt een politiewagen langzaam door het park. De wethouder is daar blij mee: de handhaving moet zich namelijk vaker laten zien. “Het aantal meldingen van onveiligheid in dit gebied is te hoog”, zegt hij. De gemeente kreeg hier in 2025 ruim 300 meldingen van overlastgevend gedrag. “Daarom gaan we handhaving en politie vaker inzetten. Het park Valkenberg is een heel mooi gebied en wordt intensief gebruikt door mensen die tussen het station en de binnenstad lopen. Het is dus echt een topprioriteit om de veiligheid te vergroten.”
Achter de wethouder liggen kale struiken in het Valkenberg. Het recente snoeiwerk is geen toeval: het groen is bewust weggehaald om de zichtlijnen te verbeteren. Maar een groot deel van het probleem zit ook in de mindere verlichting in het park. Daardoor is het ’s avonds moeilijk te zien wie er bijvoorbeeld op een bankje bij de vijver zit. “In het donker hebben mensen geen overzicht”, zegt Förster. “Ze zien niet wat er allemaal gebeurt en wie er allemaal zijn.” Tot nu toe werd vooral het middenpad verlicht. De gedachte was simpel: iedereen loopt daar, dus daar moet het licht zijn. Maar die aanpak verandert.
“Na gesprekken met de raad en na moties is er nu geld vrijgemaakt voor andere verlichting.” Eerst wordt met gebruikers van het park gesproken om hun ervaringen te verzamelen. Maar één belofte doet de wethouder alvast: “Er komt zeker meer verlichting. Alleen zijn we er nog niet over uit waar die precies komt.”
Speciaal opgeleide boa’s
Förster weet hoe het is om ’s avonds door het Valkenberg te lopen. “Dat deed ik vooral toen ik student was. Ik vond het altijd onprettig om hier in het donker te lopen”, zegt hij, al lopend naar de Willemstraat, want ook daar wordt de verlichting aangepakt. Monteurs zijn aan weerszijden van de straat al bezig met de lampen. Het verschil met een paar maanden geleden is straks dag en nacht: geen gekleurde sfeerlampen meer, maar felle straatverlichting. “We hadden eerst lampen met hele mooie kleuren, maar die gaven te weinig licht. Gelukkig is het straks hier volle bak licht.” De straatverlichting moet nog vóór carnaval volledig zijn aangepast.
Niet alleen het licht in het gebied gaat op de schop. Ook de manier van handhaven verandert. In Breda zijn vier boa’s speciaal opgeleid om te handhaven op straatintimidatie. En ze doen dat niet alleen in uniform. “Er gaan ook boa’s in burger de straat op om boetes uit te delen”, legt Förster uit. “Ze hebben dan niet door dat ze in de gaten worden gehouden. Als ze iemand in uniform zien, houden ze zich toch in.” Volgens hem is het nodig om hardere grenzen te trekken. “We accepteren het niet meer dat meisjes en vrouwen geïntimideerd worden. Het park is in negatieve zin een topplek voor straatintimidatie.”
Spanningsveld
Tom, senior boa Zorg en Veiligheid, werkt dagelijks in dit gebied. “Binnen mijn thema vallen drie onderwerpen: dak- en thuislozen, personen met onbegrepen gedrag en jeugd”, vertelt hij. Hij is operationeel verantwoordelijk voor een ploeg van ongeveer acht handhavers. En hij weet precies waar de overlast zich concentreert. “Ik zie vooral dat bij de bankjes bij de brug en bij de vijver de overlast zich centreert. We hopen meer zichtbaar aanwezig te zijn.”
Toch blijft het een spanningsveld, benadrukt Förster. Want niet iedereen in de Willemstraat of het Valkenberg is een overlastgever. “Breda is de negende stad van Nederland. Dat betekent dat je in het stationsgebied geconfronteerd wordt met zaken als mensen met onbegrepen gedrag en dakloosheid. Dat hoort bij een grote stad. We bieden deze mensen natuurlijk wel hulp waar nodig.”