
Tiny house kost Peter van Dongen uit Breda het leven: Lange celstraffen geëist
Door: Olaf Knook AlgemeenBREDA - Op 20 mei 2022 wordt de 68-jarige Peter van Dongen uit Breda zwaargewond aangetroffen op een bospad in het buitengebied tussen Helvoirt en Drunen. Zes dagen later overlijdt hij aan de gevolgen van een schot in het achterhoofd. Het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat drie mannen van 41, 27 en 23 jaar verantwoordelijk zijn voor zijn dood en eiste vandaag tweemaal 24 jaar cel en éénmaal 22 jaar cel.
“Het zal je maar gebeuren. Je kiest de verkeerde aannemer en enkele maanden later ben je dood. Dood door geweld. En hoe. Het is diep triest als je je heel even probeert voor te stellen hoe naar en alleen Peter zich waarschijnlijk heeft gevoeld onderweg naar de plaats delict én nadat hij beschoten is”, zo betogen de officieren van justitie in hun requisitoir. De vondst van het slachtoffer is de start van een omvangrijk politieonderzoek. Daaruit komt uiteindelijk een motief naar voren: de moord blijkt volgens het OM een vooropgezet plan om uit zijn bijna opgeleverde tiny house geld te verdienen. De betaling door Peter was daarbij niet genoeg: zijn familie zou het bedrag nog eens moeten betalen of anders als nabestaanden afstand doen van het huis zodat het opnieuw verkocht kon worden.
Op basis van het financiële motief is het moment dat het slachtoffer om het leven komt logisch te verklaren. Op 19 mei was het tiny house zo goed als klaar en zou het spoedig naar de eindbestemming worden verplaatst. Uit diverse bewijsmiddelen, waaronder camerabeelden, gegevens van een stappenteller, het infotainmentsysteem van de auto van het slachtoffer en verklaringen van getuigen, blijkt dat Peter die avond met de 27- en 23-jarige verdachten naar de plaats delict is gereden. Tussen 22.34 en 22,38 uur wordt hij neergeschoten. Kort daarna keren de twee jongste verdachten terug naar huis.
Sporen wissen
De 41-jarige verdachte, door het OM gezien als aanjager of opdrachtgever van het plan, was op het moment van de schietpartij niet aanwezig op de plaats delict. Hij staat precies op dat moment onder cameratoezicht geld te pinnen en heeft daarmee een alibi. Ongeveer anderhalf uur na het incident, op een moment dat nog niemand behalve de daders wist dat Peter was beschoten, zoekt de oudste verdachte naar 112-meldingen in Brabant. Die handelingen worden de volgende ochtend, nog vóór de vondst van het slachtoffer, herhaald.
In de dagen daarna is er bovendien veelvuldig contact tussen de 41- en 27-jarige verdachte. Volgens het OM volgt daaruit dat de verdachten er niet van uitgingen dat Peter zou overlijden. Daarna zouden er volgens het OM pogingen zijn gedaan om bewijsmateriaal te verwijderen, waaronder het vervangen van autobanden en het verbergen van schoenen die de 27-jarige verdachte mogelijk konden koppelen aan de plaats delict.
Niet volgens plan
Peter overlijdt uiteindelijk op 26 mei, zes dagen na die beruchte avond. Het financiële voordeel dat uit het tiny house gehaald moest worden, loopt uit op een financieel fiasco. Uit gesprekken tussen de 41- en 27-jarige verdachten blijkt dat er problemen ontstaan rond de verdeling van het geld, waardoor ‘die jongen’, later geïdentificeerd als de 23-jarige verdachte, niet kan worden betaald. Eerst denken de verdachten dat het lang gaat duren voor er geld komt uit het tiny house. De oudste verdachte rekent vervolgens voor hoeveel opbrengst hij verwacht, waarop de 27-jarige reageert: “Daar hebben we dit niet voor gedaan, zeg maar.”
Volgens het OM is dit een van de gesprekken die duidelijk maakt wat het motief was en hoe het plan uiteindelijk is mislukt. “Een vriendelijke, sociale man is beschoten en voor dood achtergelaten. Hij was niet meer aanspreekbaar vanaf dat hij gevonden werd tot aan zijn overlijden. Geldzucht blijkt de wortel van dit kwaad. Een plan is opgezet om Peter niet alleen van zijn tiny house, maar ook van zijn leven te beroven.”
Elke verdacht heeft naar oordeel van het OM een rol gehad die van voldoende gewicht was om van medeplegen aan moord te spreken. Het ging om een uitgewerkt en kwaadaardig plan, waarbij ieders bijdrage noodzakelijk was voor de uitvoering. Alle drie zouden bovendien profiteren van de opbrengst van het tiny house. Het Openbaar Ministerie eist daarom een gevangenisstraf van 24 jaar tegen zowel de 41- als de 27-jarige verdachte en 22 jaar tegen de jongste verdachte.
De rechtbank in Den Bosch doet op 25 juni uitspraak.