
NAC-lied van Die Schwager is instant hit: ‘Mijn telefoon ontplofte van de reacties’
Door: Addo Sprangers AlgemeenBREDA / ZUNDERT - ‘Ooh, NAC, the Yellow Army, we’re gonna win today…’ Supporters van het onlangs naar de eredivisie gepromoveerde NAC kunnen de tekst van het nieuwste lied over de Bredase voetbalclub inmiddels wel dromen. Het daags voor de beslissende wedstrijd tegen Excelsior Rotterdam uitgebrachte nummer van Die Schwager kan dan ook een instant hit worden genoemd.
Die Schwager is een duo dat bestaat uit Jean-Pierre van der Peijl uit Zundert en - u raadt het al - zijn zwager Jeroen van Oosten uit Breda. Beiden zijn fervent supporter van NAC. “Mijn zwager gaat al 35 jaar naar NAC,” aldus Jean-Pierre. Zelf loop ik ook al enige tijd mee. Ook zijn we clubsponsor en hebben we stoelen op de hoofdtribune.”
Bizar
Het plotselinge succes van NAC in de play-offs, na een seizoen met vooral bedroevend voetbal en dito resultaten, zorgde bij de achterban voor de nodige promotiekoorts. Zeker nadat NAC in de eerste finalewedstrijd tegen Excelsior met 6-2 won en daarmee zogezegd met één been in de Eredivisie stond. Een dag later begon het ook te borrelen bij Jean-Pierre. “Ik werd woensdagochtend om half zes wakker met ‘Oh, NAC, the Yellow Army…’ in mijn hoofd. Het is een liedje op de wijs van ‘I Save The Day’ van Roberto Jacketti and The Scooters uit 1984 en wordt bij NAC al enkele seizoenen op de tribunes gezongen. ’Het is toch bizar dat daar nooit iets mee is gedaan door iemand’, zei ik tegen mijn vrouw. ‘Daar moet toch een nummer van worden gemaakt’. Met de return tegen Excelsior op zondag in het achterhoofd was het natuurlijk kort dag, maar ik ben direct gaan bellen. Mijn zwager was er meteen voor in, waarna ik een lijstje met opnamestudio’s ben afgegaan. Producer Lars van Berkel maakte tijd in zijn agenda, voelde ons perfect aan en begreep ook meteen wat we wilden. Vervolgens ging het snel. Woensdagavond hebben we de tekst geschreven, donderdag overdag werd de muziek op band gezet, donderdagavond zijn we gaan inzingen en vrijdagmiddag hebben we het nummer online gegooid.”
Viraal
Met succes, want het nummer ging meteen viraal. “Dat het zó zou aanslaan, had ik vooraf nooit kunnen bedenken,” aldus Jean-Pierre. “Mijn telefoon ontplofte bijna van de reacties. Mijn vrouw vroeg of ik er niet gek van werd. Zelfs klanten uit het noorden van het land - Van der Peijl heeft een kwekerij in tuinplanten - stuurden me appjes. Op zaterdagochtend heb ik zelf nog alle deejays uit Breda en cafés gemaild met een downloadlink. Dan hadden ze in ieder geval het nummer in huis. Het was één grote rollercoaster. Ons nummer kwam op de NOS voorbij en het werd ook op 3FM gedraaid. Er is nog even sprake van geweest dat we het nummer zouden mogen opvoeren op het podium van P5, maar dat is niet doorgegaan. Misschien maar beter ook, want dat had toen in de rust van Excelsior-NAC moeten gebeuren en toen stond NAC met 3-0 achter. Op dat moment zat de stemming er niet zo in. Dat was natuurlijk anders na de 4-1, toen het feest kon beginnen. ‘Oh, NAC, the Yellow Army…’ is op P5 trouwens vijf keer gedraaid. En op maandagmiddag, bij de huldiging van NAC op de Grote Markt in Breda, zelfs zes keer. Daar hebben we van bekenden allemaal filmpjes van ontvangen.”
Blijvertje
Voor Die Schwager zelf staat er nog meer op het programma. “We zijn geboekt voor een optreden bij de NOAD Cup, het supporterstoernooi dat wordt gehouden bij JEKA in Breda. Dan gaan we het nummer live doen.” Wat Jean-Pierre betreft, is het lied een blijvertje. “Op Spotify staat het nummer in alle NAC-afspeellijsten. Het mooiste zou zijn als het nummer straks ook door het Rat Verlegh Stadion klinkt.” En Die Schwager? Is dat ook een blijvertje? Jean-Pierre: “We komen over een paar weken met een nieuw nummer, al heeft dat niets met NAC te maken. Ik ben twintig jaar deejay geweest en heb altijd al een nummer willen opnemen. Ik wil er later geen spijt hebben dat ik het niet heb gedaan. Het wordt een Nederlandstalig feestnummer met dubbelzinnige, flauwe humor. Maar mij niet bellen om elke week op te treden. Ik heb het met de kwekerij al druk zat.”




