
Raad van State tikt Depla op de vingers na ‘veel te laat’ sluiten van drugspand
Door: Olaf Knook AlgemeenBREDA - Burgemeester Paul Depla mocht een woning sluiten vanwege de vondst van een grote hoeveelheid drugs, maar deed dat eigenlijk veel te laat. Dat oordeelde de Raad van State woensdag. Daarom blijft de eerdere uitspraak van de rechtbank in stand: de sluiting van de woning was niet meer noodzakelijk en daarom wordt de burgemeester op zijn vingers getikt.
De zaak ging over een huurwoning in Breda. De politie deed daar op 10 augustus 2023 een inval. In de woning lagen volgens de politie grote hoeveelheden hard- en softdrugs, waaronder cocaïne, MDMA, XTC-pillen en hash. Het ging om drugs met een potentiële verkoopwaarde van 600.00 euro. Ook lag er een sealapparaat, een meetapparaat met wit poeder en bijna 4.000 euro aan contant geld.
De burgemeester besloot daarop de woning voor drie maanden te sluiten. De sluiting ging uiteindelijk in op 16 juli 2024. De huurder vocht het besluit aan, omdat het besluit maar liefst elf maanden na de inval werd gedaan.
Rechtbank gaf huurder eerder gelijk
De rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf de huurder in augustus 2025 al gelijk. Volgens de rechtbank had de burgemeester onvoldoende uitgelegd waarom een sluiting na elf maanden nog nodig was. Burgemeester Depla ging daarna in hoger beroep bij de Raad van State, maar die is het eens met de rechtbank. Volgens de hoogste bestuursrechter was er te veel tijd verstreken tussen de inval en de daadwerkelijke sluiting van de woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak zegt dat in de tussenliggende elf maanden niets bijzonders is gebeurd. Daarom mocht worden aangenomen dat de situatie inmiddels was hersteld en dat de woning geen rol meer speelde in het drugscircuit. Ook speelde mee dat er geen sprake was van herhaling. De Raad van State benadrukt daarnaast dat de procedure grote gevolgen heeft gehad voor de huurder.
Kosten
De rechter sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de verwijtbaarheid van de huurder beperkt was. De burgemeester vond dat de huurder had kunnen weten dat de drugs in de woning lagen, onder meer omdat de drugs verspreid door het huis lagen. Maar dat argument veranderde niets aan het oordeel dat de sluiting na elf maanden niet meer passend was.
De huurder kreeg op één punt zelfs extra gelijk. De Raad van State oordeelt dat de burgemeester ook de juridische kosten van de bezwaarprocedure moet betalen. Daarnaast moet de burgemeester nog betalen voor de kosten van het hoger beroep.




