Foto: BredaVandaag

Zo gaat Breda bij de Nieuwe Mark natuurinclusief bouwen

BREDA - Deze maand zijn in het centrum van Breda de werkzaamheden begonnen voor de aanleg van de Nieuwe Mark. Waar eerst de rivier midden in de stad ophield, en vissen, insecten en plantenzaden als het ware stuitten op een doodlopende weg, zullen het water en de natuur over een tijdje weer gaan stromen door Breda. Ook in en op de kader komt de natuur terug. Hoe je dat het beste kan doen, onderzochten acht organisaties in het project GreenQuays. Die resultaten zijn nu bekend.


Hoe maak je het de planten naar de zin? In wat voor een type muur, met welke steen en mortel doen de planten het nou het best? Dat onderzochten acht organisaties in het project GreenQuays. Twee jaar lang volgden ze de groei van planten en mossen van een proefopstelling op de hoek van de Karnemelkstraat. De resultaten zijn nu binnen en verwerkt in het ontwerp. Koen Mulder, projectarchitect en bouwtechnoloog van Technische Universiteit Delft en Edwin Dijkhuis, projectleider soortbescherming van Ravon leidden het onderzoek. 

En? Wat is eruit gekomen?
“Dat het noodzakelijk is om achter de bakstenen kademuur een wateraanvoerende ‘substraatlaag’ aan te brengen. Zonder deze laag gingen de planten dood door vochtgebrek. Verder hebben we ontdekt dat door het openlaten van voegen we de vestiging van muurplanten kunnen versnellen. De open voegen lijken op rotsspleten waarin planten van nature groeien. De Gemeente Breda dacht oorspronkelijk dat er ook planten zouden groeien in een goed absorberende steensmuur, dus een veel dikkere laag baksteen. Met de proefopstelling konden we dat nu te testen.

Met alleen regenwater op de muren komen er geen planten?
“Het project heeft onomstotelijk bewezen dat een rijke plantengroei alleen mogelijk is met een wateraanvoerende substraatlaag. Het type baksteen en de dikte van de gemetselde muur hebben nauwelijks invloed op de plantengroei.

Traditioneel gezien bestaat de kademuur uit een gemetselde muur met daarachter grond. Maar tegenwoordig zit er een stalen damwand tussen. De bakstenen muur is er alleen nog zodat de kademuur er mooi uitziet. Maar daarmee is ook de vochttoevoer vanuit de grond dus afgesneden. 

De pilot liet in deze constructie met de stalen damwand zien dat de planten met alleen regenwater het niet gaan redden. Ze hebben een substraatlaag nodig. Dus als mensen een keer bij de proefopstelling gingen kijken en dachten van, dat wordt niks, al die planten gaan dood, dan klopte dat. Achter de meeste verticale stroken metselwerk zat geen substraat laag.” 

Er wordt straks op de Nieuwe Mark ook gevaren met bootjes, de constructie moet dus stevig genoeg zijn. Daarom hebben jullie ook de mortels onderzocht. Wat is daar uitgekomen?
“Dat een muur met twee verschillende mortels wel eens een goede oplossing kan zijn, in combinatie met de substraat laag. In twee van de proefpanelen gebruikten we een constructieve mortel om de stenen op elkaar vast te zetten. Aan de buitenkant werd die uitgekrabt en gevuld met een specifieke navoegmortel waarin de planten het best groeien. In de buitenste twee centimeter kan de plant doen wat ie wil, en aan de binnenkant houdt de constructieve mortel de muur bij elkaar.”

Zien jullie de resultaten van het onderzoek ook terug in het ontwerp? 
“In het definitieve ontwerp is er gekozen voor de toepassing van substraat, een mooie uitkomst die we zonder ons onderzoek niet hadden gehad. Het wordt wel dunner aangebracht dan in de proefopstelling.

De voor de plant beste navoegmortel zal een stap te ver zijn voor de kadebeheerder. We hadden een fantasiemortel toegepast op basis van klei, waarin we het voor de planten zo optimaal mogelijk maakten. Met stro erin, en vervuliet en met wat kalk. Daarin kwam weliswaar de meeste plantengroei, maar het vervuilde de muur ook extreem. De andere, ook goedwerkende navoegmortel is uiteindelijk gekozen. 

Wat we met alle kade experimenten tot nu toe zien is, hoe dichter we de uitvoering naderen, of anders gezegd, hoe verder weg van het experiment, hoe groter de afweging van belangen wordt. Breda en het ingenieursbureau brengen in het ontwerp duurzaamheid, onderhoud en veiligheid aan de ene kant en plantvriendelijkheid aan de andere kant met elkaar in balans.”

Wat denken jullie, lopen we straks langs het water in een park zoals we op de plaatjes zien?
“In het ontwerp is uitgegaan van spontaniteit. De muurplanten moeten zich op eigen kracht op de muur vestigen. Dat is een proces van jaren. Het grote verschil zal zijn dat als je een optimale substraat laag aanbrengt en de fantasiemortel gebruikt, de kademuren het snelst begroeid raken. Als je het in een gematigde versie doet dan duurt het langer. De kademuren worden groen, maar de vraag is hoe snel of langzaam. Het kadebeheer, of eerder het niet te veel beheren, is hierin ook een belangrijke factor. 

Met het project zijn we toch op een andere manier gaan kijken. Voorheen waren we niet gesteld op planten in de muren, die brachten er alleen maar schade aan. Tegenwoordig voegt een rijk begroeide muur ook iets toe aan onze beleving. En daar profiteren de muurplanten en insecten van. Met dit project laten we zien wat het belang is van natuurinclusief bouwen, én dat het kan.”  

Op 6 juli van 19-21 uur organiseert GreenQuays een stadsplantenexcursie. Tijdens deze wandeling maak je kennis met bijzondere muurplaten en laten we je zien hoe de plantengroei zich tussen de stoeptegels ontwikkelt. Opgeven kan nog via  info@floron.nl