
OM eist 14 jaar cel voor fatale mishandeling van 65-jarige Ingrid
AlgemeenBREDA - Het Openbaar Ministerie heeft 14 jaar celstraf geeist tegen Jan. B (67) uit Breda. Hij mishandelde in 2021 zijn vrouw Ingrid dusdanig, dat zij twee dagen later in het ziekenhuis overleed aan haar verwondingen. “Door dit misdrijf te plegen, heeft verdachte Ingrid het meest fundamentele bezit, het recht om te leven, afgenomen.”
Op zondagavond 13 juni 2021 werd de 65-jarige Ingrid zwaargewond aangetroffen in haar woning aan de Grimmingestraat, nadat haar man, Jan B., haar flink had toegetakeld. Ter plaatse werd direct door de politie gestart met reanimatie. Deze reanimatie werd uiteindelijk overgenomen door verpleegkundigen van de ambulancedienst en de traumahelikopter. Toen Ingrid naar het ziekenhuis werd gebracht had ze nog ademhaling. Maar enkele dagen overleed de vrouw toch aan haar verwondingen.
De man van Ingrid werd direct aangemerkt als verdachte. Hij werd meegenomen door de politie. Deze week vond de inhoudelijke behandeling van de zaak plaats. Het OM eiste hierin 14 jaar cel voor de man. “Door dit misdrijf te plegen, heeft verdachte Ingrid het meest fundamentele bezit, het recht om te leven, afgenomen”, aldus het openbaar ministerie. “Verdachte heeft hierdoor een groot, onvoorstelbaar verlies, onherstelbare schade en leed toegebracht aan de nabestaanden. Niet alleen bij de nabestaanden, maar ook bij de vele omstanders die ongevraagd getuige werden van deze vreselijke daad, is door dit misdrijf grote onrust ontstaan. Het door verdachte begane misdrijf heeft de rechtsorde ernstig geschokt.”
Het openbaar ministerie vervolgt: “Ingrid is in haar eigen woning, waar zij zich veilig zou moeten kunnen voelen, om het leven gebracht. Gedurende in elk geval een aantal minuten heeft Ingrid gegild, om hulp geschreeuwd, getracht de woning te verlaten, alles geprobeerd om aan verdachte te ontkomen. “Wat zal ze bang zijn geweest”; ze heeft letterlijk een doodsstrijd geleverd. Ze heeft het niet kunnen winnen”, aldus de officier van justitie. “Laat ik voorop stellen dat geen enkele straf het leed dat verdachte de nabestaanden heeft aangedaan, teniet zou kunnen doen.”
Rekening houdend met de conclusie van de deskundigen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, vordert de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De uitspraak is op 26 juli.




