
Ufuk Kâhya: ‘Gezondheid mag geen luxeproduct zijn’
Door: Hanneke Marcelis AdvertorialAdvertorial - De schadelijke stof PFAS is inmiddels overal terug te vinden: in onze rivieren, drinkwater, bodem en zelfs in onze lichamen. Europarlementariër Ufuk Kâhya (namens PRO deel van de Groenen-fractie in het Europees Parlement) pleit daarom voor een Europees totaalverbod op deze chemische stoffen. “Waarom vinden we het normaal dat er gigantische winsten worden gemaakt met stoffen die ons ziek kunnen maken, terwijl de samenleving opdraait voor de kosten?”
Een regenjas die water afstoot, een pan met een antiaanbaklaag of een potje dagcrème: het zijn alledaagse producten waarin PFAS kan zitten. Deze chemische stoffen (PFAS is de verzamelnaam) zijn bestand tegen water, vet en hoge temperaturen. Dat maakt ze praktisch, maar ook problematisch. Ze breken in de natuur nauwelijks af en hopen zich daardoor op in het milieu en in ons lichaam.
“Je kunt 99 problemen hebben, maar wie ziek wordt, houdt er nog maar één over,” zegt Kâhya. Als Europarlementariër vindt hij de aanpak van PFAS in de eerste plaats een kwestie van volksgezondheid en gelijke kansen. “Je moet ervan uit kunnen gaan dat een product dat je koopt jou niet ziek maakt.”
Gezondheid mag geen luxe zijn
Volgens Kâhya zijn de gevolgen niet alleen in het milieu merkbaar, maar is het ook een kwestie van rechtvaardigheid. PFAS-vrije producten zijn vaak duurder dan producten waarin wel PFAS is verwerkt. Daardoor is de gezonde keuze vaak te duur voor mensen met weinig geld.
“Waarom is een PFAS-vrije pan een uitzondering en een pan met PFAS de norm?” vraagt hij zich dan ook af. Hij wil dat consumenten erop kunnen vertrouwen dat producten veilig zijn voor henzelf en hun leefomgeving, zonder daarvoor extra te hoeven betalen.
Europese aanpak noodzakelijk
Kâhya wil een totaalverbod op PFAS in producten. Sommige PFAS zijn al verboden, maar volgens hem is een bredere aanpak nodig om te voorkomen dat schadelijke stoffen worden vervangen door varianten met vergelijkbare risico’s. Hij vindt onderzoek belangrijk, maar we moeten niet wachten met maatregelen.
Nederland kan volgens Kâhya zelf stappen zetten, zoals andere Europese landen al doen. Maar Europese samenwerking is belangrijk. “Lucht en water houden niet op bij de grens.” Een gezamenlijke aanpak voorkomt bovendien dat producenten met verschillende regels te maken krijgen en kan Europese innovatie stimuleren. Want, zo zegt hij: “Een industrie die vooroploopt en innoveert, kan juist competitief zijn. Europa moet daarin het voortouw nemen.”




