Woningbouw in de Heuvel, foto ter illustratie
Woningbouw in de Heuvel, foto ter illustratie Foto: BredaVandaag

Breda donkerrood op hittekaart woningmarkt: ‘Gemiddelde woning kostte ruim 484.000 euro’

Door: Hanneke Marcelis Algemeen

BREDA - Op de nieuwe hittekaart van de woningmarkt 2025 kleurt Breda donkerrood. Na Eindhoven en Den Bosch is Breda de Brabantse stad waar de druk op de woningmarkt het grootste is. Dat blijkt uit onderzoek van BPD.

Donkerrood. Dat is de kleur van Breda op de nieuwe Hittekaart Woningmarkt die bouwfonds BPD jaarlijks uitbrengt. Het betekent dat de druk op de Bredase woningmarkt onverminderd hoog is. De regio’s die donkerrood kleuren kenmerken zich door hoge huizenprijzen en/ of veel woningverkopen, en een sterkte verwachte huishoudensgroei. In Breda zijn er in 2024 2487 woningen verkocht voor een gemiddelde prijs van 484900 euro. Het aantal huishoudens zal tot 2033 toenemen met 4.050.

In Noord-Brabant staat Breda op plek drie. Alleen in Eindhoven en Den Bosch is de druk op de woningmarkt hoger. Landelijk staat Breda op plek 28. De landelijke koplopers zijn Amsterdam, Utrecht en Rotterdam.

BPD ziet dat de Nederlandse woningmarkt nog steeds onder druk staat doordat de prijzen flink stegen in 2024. Terwijl de gemiddelde prijs van een huis in 2023 416.000 euro bedroeg, is deze in 2024 fors gestegen tot gemiddeld 451.000 euro. Huizen werden duurder omdat er onverminderd te weinig huizen zijn en omdat mensen meer kunnen lenen door hogere salarissen, schrijft BPD. 

Helma Born, algemeen directeur Nederland van BPD: “Als we naar de cijfers kijken, moeten we helaas constateren dat er nog steeds een groot landelijk tekort is aan woningen om aan de immense vraag te voldoen. Willen we echt toekomstbestendige wijken realiseren waar mensen prettig kunnen wonen, dan is het essentieel dat we blijven inzetten op betaalbare woningen, voldoende locaties en grootschalige gebiedsontwikkelingen. Hierbij moeten we niet alleen focussen op de woningen zelf, maar ook voldoende ruimte creëren voor natuur en sociale ontmoetingsplekken. Alleen zo kunnen we gezonde, leefbare wijken bouwen waar het ook voor toekomstige generaties fijn wonen is.”