
De Scharen, van slooppand tot Rijksmonument
CultuurBRABANTPARK - De Scharen, of zoals het officieel heet, het Gemeentelijk Sportcentrum aan de Topaasstraat staat op de lijst om uitgerooepen te worden tot Rijksmonument. Enkele jaren geleden stond het in 1966 opgeleverde ontwerp van architect Margry nog op de slooplijst, toch wethouder Akinci?
“Dat plan is er inderdaad ooit wel geweest. Dat was in de tijd dat er plannen waren voor een nieuwe breedtesporthal met topsportfunctionaliteit. In die plannen zou de oude locatie herontwikkeld worden.”
- Was deze nominatie een verrassing?
“Eigenlijk niet. We wisten al sinds 2009 dat het een bijzonder ontwerp was. Toen is het gebouw twee keer langs de erfgoedmeetlat gehouden. Een keer ter controle van de hoge score van 3,7. Die werd toen bevestigd. We wisten dus wel dat het een waardevol pand was.”
- Heeft de gemeente actief bijgedragen om het tot Rijksmonument verheven te krijgen?
“ik geloof dat we niet actief gelobbyd hebben. Wel hebben we bij een inventarisatie aangegeven dat we een bijzonder gebouw uit dit tijdsbestek binnen onze gemeente hebben.”
- Wat betekent dit voor het gebouw?
“Sinds dat we weten dat de realisatie van een nieuwe hal vanuit de gemeente niet mogelijk is, hebben we het gebouw al een opknapbeurt gegeven. De asbest is er uit, we hebben het een likje verf gegegen. Op die manier kan het weer een aantal jaar mee. Duidelijk is wel dat het niet mneer voldoet aan de eisen die nu door topsporters aan een hal gesteld worden.”
- En dus?
“Als er ooit een nieuwe hal komt, en het sportcentrum is inderdaad een Rijksmonument, dan moeten we tot een herbestemming komen. Wat dat betreft is dat voor een sporthal niet anders dan voor een oude dropfabriek. Het betekent dat je met verbouwingen rekening meer moet houden met het ontwerp en dat als je wilt slopen dat je wel van heel goede huize moet komen.”
- Kan het Sportcentrum de status nog ontlopen?
“De Raad voor Cultuur moet nog een blik op de lijst werpen. Ik vermoed dat dit wel positief afloopt, al is het voor de eerste keer dat een lijst van zulke jonge monumenten is voorgedragen. In het najaar krijgen we het te horen.”




