
Oorlog en vrede museum houdt herinnering aan WO II in leven
CultuurBREDA - Bij binnenkomst is het meteen duidelijk dat het Oorlog en Vrede museum in het Ginneken geen normaal museum is. Hier geen opgesteld wapentuig of videopresentaties van de Slag bij de Trebia. Wel is er een enorm krantenarchief en een eigenaar die overloopt van oorlogsverhalen. “Het is eigenlijk een praatmuseum.”
Glimmerveen
De opkomst van Joop Glimmerveen in de jaren 70 was voor geschiedenisleraar Wim Mol ooit de aanleiding om te beginnen met het museum in het souterrain van zijn huis. “Het vergoelijken van geweld door rechts-radicale groepen, dat vind ik niet kunnen en daar wilde ik iets tegen doen”, zegt de museumeigenaar zittend aan de lange tafel vol boeken, kranten en andere papieren die herinneren aan andere tijden.
Dun laagje chroom
Mol heeft een indrukwekkende verzameling opgebouwd van met name oorlogskranten. Alles netjes ingebonden in dikke boeken die het souterrain van Mol haast tot de nok vullen. Zijn oudste exemplaar komt uit de 17e eeuw, maar het leeuwendeel zijn dagbladen uitgebracht ten tijde van de wereldoorlogen.
Zijn eerste plakboek van krantenknipsels maakte Mol als 13-jarig jochie in 1945 over de processen van Neurenberg. “De beschaving is maar een dun laagje chroom, dat zag je toen ook”, zegt Mol turend in de verte. “Ik herken die woede, als ik tijdens de oorlog een geweer had gehad, dan was ik gaan schieten op moffen en op de mensen die mij geen eten wilde geven.”
The Longest Day
Naast de kranten bezit het museum ook een collectie prullaria uit de Tweede Wereldoorlog. Zo is er een groot schilderij te zien van Duitse soldaten, gemaakt door een NSB-sympathisant uit Bergen op Zoom, prikkeldraad van de Berlijnse muur en surrogaat sigaretten uit de Tweede Wereldoorlog. Ook zijn er persoonlijke attributen te vinden van Mol zelf, zoals een gedenkbord van het vijftigjarige huwelijk van zijn grootouders. “Die waren in 1940 50 jaar getrouwd, daar konden ze natuurlijk ook niks aan doen.”
Het museum organiseert verder ook non-profit reizen naar Normandië. Onder leiding van geschiedenisleraar Mol worden er dan aan de hand van de film 'The Longest Day' verschillende bunkers, slagvelden en invasiestranden bezocht. De volgende reis staat gepland op 2 tot 5 mei. “Je merkt al wel dat het hier vooral een praatmuseum is”, grapt Mol bladerend door een oude Trouw uit 1945.
Avondklok
Het indrukwekkendst in het museum zijn ook de persoonlijke verhalen van Mol. Samen met zijn ouders maakte hij het bombardement op Arnhem mee, waarbij zij dakloos raakten. Ook werd hun fiets gejat door een Duitse soldaat die terug wilde naar zijn muttie. “Tegelijkertijd heb ik mijn leven te danken aan een SS-officier, die voorkwam dat we werden doodgeschoten door twee opgefokte landwachten.” De paramilitairen beschuldigden de familie Mol van inbraak bij een NSB-er, maar ze wilde volgens Mol alleen maar schuilen voor de avondklok. “Het is lastig om je aan een avondklok te houden als je geen huis meer hebt”, herinnert Mol zich.
Doordat Mol zelf vluchteling is geweest kijkt hij anders aan tegen oorlogsconflicten dan de meeste mensen. “Ik heb er geen nachtmerries van, maar ik lig wel wakker van een conflict zoals nu in Irak. Hoe kunnen mensen elkaar zoiets aandoen?” Uit ervaring weet hij dat een oorlog geen avontuur is, maar doffe ellende. “Als vluchteling mocht ik ook nooit lastig zijn van mijn moeder, alleen maar dankbaar voor alles wat je kreeg. Verschrikkelijk vond ik dat.”
Mol is overigens wel een voorstander van het opvangen van vluchtelingen in de regio. Volgens hem onderschatten veel mensen de impact van het onvrijwillig moeten emigreren naar een ver land. “Ik had er niet aan moeten denken dat ik als jochie op een vliegtuig was gezet naar Zuid-Amerika. Je voelde je al zo ontheemd.”
Beschaafder
Wie Mol zo ziet rondlopen in zijn souterrain vol herinneringen aan de oorlogen zou kunnen denken dat hij de hoop in de mensheid heeft verloren, maar dat is niet zo. “Ik heb geen zwart mensbeeld, maar een realistisch mensbeeld”, vindt hij. Ergens is hij zelfs wel positief over de toekomst. “Vroeger zag men oorlog als een natuurlijk verlengstuk van de politiek, dat is nu minder. Langzaam worden we beschaafder.”
Het Oorlog en Vrede museum is iedere eerste zondag van de maand geopend van 13.30-15.00 uur. Verder op afspraak via 076-5214156.




