
Aan de keukentafel met Corné Hendrikx: ‘Op mijn 22e zat ik tussen 24 vrouwen in de klas’
Door: Luuk Roozeboom EconomieOndernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week Corné Hendrikx van Cestmoi.
Corné Hendrikx (60) is de eigenaar van huidspecialist Cestmoi. Hij is een van de weinige mannen in een vak vol vrouwen, rolde erin via de natuurvoedingswinkel van zijn vader en bouwde in ruim vijfendertig jaar een instituut op dat tot de landelijke top hoort.
Waar kunnen klanten jullie voor bellen?
“We zitten in de specialisatie huidverbetering: niet jong blijven, maar mooi en gezond oud worden. Daarnaast definitief ontharen, acne en voetverzorging. Ons werk wordt steeds medisch-wetenschappelijker. We werken met werkstoffen en apparatuur die uit medisch onderzoek komen, en werken bewust vanuit de huideigen systemen van de client. Geen botox, geen fillers; niet omdat ik daartegen ben, maar omdat het niet bij ons past.
Voor een man is de schoonheidsbranche geen voor de hand liggende keuze. Hoe ben je in dit vak gerold?
“Ik wilde eigenlijk sportleraar worden, maar dat bedacht destijds driekwart van Nederland. Daarna dacht ik aan apotheker of fysio, maar die opleidingen duurden me te lang. Mijn ouders hadden een natuurvoedingswinkel waar ik in de vakanties werkte; mijn vader was vooruitziend, die had allang bedacht dat reform ging komen. Ik zou de winkel overnemen, maar kwam er snel achter: hier wil ik geen 65 worden. Toen zei mijn vader: dan zou je eigenlijk schoonheidsspecialist moeten worden. Ik heb er drie dagen buikpijn van het lachen van gehad. Tot er toeval op toeval kwam. Op een beurs raakte ik in gesprek met mijn latere brancheorganisatie, en ineens zat ik op mijn 22e tussen 24 vrouwen in de klas”
En als enige man tussen al die vrouwen. Hielp dat, of viel je juist uit de toon?
“Er waren zo’n veertienduizend schoonheidsspecialisten en misschien drie mannen; ik was er één van. Als je goed in je vak bent, word je sneller onthouden, en ik had daarnaast een netwerk met een gunfactor. Twee maanden na mijn opleiding stond ik voor zevenhonderd man een presentatie en een demo te geven in het Congresgebouw in Den Haag. Ik leg het altijd zo uit: Kom je bij mij, dan kom je omdat ik gedreven ben in wat ik doe; kies je per se voor een vrouw, dan kom je gewoon niet bij mij. Zo heeft het uiteindelijk vooral in mijn voordeel gewerkt. En zo ben ik zelfs twee weken in Kenia terechtgekomen.”
Dan kom je letterlijk en figuurlijk in een andere wereld terecht.
“Dat kan je wel stellen ja. De kappers zaten in een gebouw en de schoonheidsspecialisten letterlijk in de fietsenstalling, zonder fietsen erin. Ze hadden iemand nodig uit het ‘wijze Westen’, en dat was ik. Ik heb daar discriminatie in optima forma gezien. De machtsverhoudingen tussen Indiase, Keniaanse en Afrikaanse mensen. Dat vormt je. En qua hygiëne ook een wereld van verschil; Hier hadden we alles disposable; daar gebruikten ze gebruikte strips opnieuw, even in een sopje en laten drogen aan een boom terwijl 58 procent hiv had. Later heb ik voor de Flying Doctors door Kenia gefietst, en toen begon ik nog beter te snappen in welke welvaart we hier leven. Een bijzondere gave leerschool in hoe culturen werken en welke luxe wij hier hebben.”
Ik proef een onafhankelijke geest. Waar komt die vandaan?
“Mijn vader zei altijd dat je moet doen waar je zin in hebt en wat je leuk vindt. Anders was ik dit vak nooit gaan doen. In het begin zat ik nog in het beeld wat ik me van buiten liet opleggen, maar op het moment dat je daarmee breekt en denkt – wat jij van mij denkt boeit me niks – dan ga je pas echt bewegen. Mijn vader was net zo trots dat ik schoonheidsspecialist was. Misschien is dat als kind wel de grootste luxe die er is: dat iemand je elke keuze toevertrouwt. Dat geef ik door aan mijn eigen kinderen. Mijn zoon reist de wereld rond, gaat nu naar Turkmenistan omdat hij nieuwsgierig is. Mooi toch, iemand die zijn eigen lijnen uitzet.”
Je tweede zaak op het Van Coothplein: wat bracht die je?
“Ik zat hier al twintig jaar toen het begon te wringen. Ik wilde mijn visie kunnen doorvoeren zonder hier iedereen tegen de schenen te schoppen. Dus begon ik een tweede vestiging, meer gespecialiseerd. Maar precies toen we, samen met mijn broer Maurice, daar startten, kregen we te maken met een stevige economische crisis. Tot dan was er altijd groei; ineens was het: elke euro erin is een euro eruit. Daar heb ik groen-blauw-zwarte sneeuw gezien. Én we zijn er doorheen gekomen: in 2015 werden we met een klein team beste instituut van Nederland. De beste keuze uit mijn carrière was om die stap te durven nemen. En de allerbeste daarna om weer terug te durven gaan naar Princenhage.”
Waar ligt voor jou de grens tussen uiterlijk en gezondheid?
“Het uitgangspunt is altijd: ik wil met mijn client doen wat ik zelf zou willen. Snijden of fillers bied ik niet aan; het blijft schoonheidsverzorging. Ik ga geen schoonheid van je maken, dat is het niet. Gezondheid speelt veel meer mee: hoe werken die systemen in je huid, en hoe beïnvloed je die? Ik roep altijd dat we maar één ding verkopen: vertrouwen. Ik heb een potje van vijfhonderd euro en eentje van vijftig, en als die van vijftig beter voor je is, zeg ik dat gewoon. Laatst kreeg ik een appje van een klant: ‘Ik ben nog nooit met zoveel zelfvertrouwen naar buiten gestapt.’ Dat geeft me energie, misschien is dat wel de achterliggende gedachte van alles wat we doen.”
En het schoonheidsbeeld van nu?
“Ik maak me wel zorgen over social media, over de jonge generatie die moet voldoen aan een ideaalplaatje dat er misschien helemaal niet is. Een psychologe vertelde ooit over een billboard met een lichaam dat niet bestaat, maar waar mensen zich wél aan spiegelen. Dat is iets wat zelfs anorexia in de hand kan werken. Dat was toen één billboard. We zijn dertig jaar verder en nu gebeurt dat de hele dag door, aan de lopende band op je telefoon. Dat vind ik echt zorgwekkend, ook als vader.”
Je bent net zestig. Hoe kijk je naar de toekomst van je bedrijf?
“Ik vind het nog veel te leuk. Ik wil vooroplopen, niet in de routine schieten. Dan word ik saai, dan functioneer ik slechter. Met mijn businesscoach kijk ik wel naar hoe het bedrijf er financieel uitziet en wat er nodig is om misschien het over vijf tot acht jaar te kunnen verkopen. Opvolging heb ik niet (mijn dochter kiest ook haar eigen pad), maar je weet nooit waar die zit; morgen kan er iemand binnenstappen. Voorlopig zit ik nog te graag in het dagelijkse. En dat mag van mij nog even zo blijven.”
Met wie zou jij aan de keukentafel willen zitten?
“Steve Jobs. Niet omdat ik zo veel van Apple heb, vrijwel niks, maar om wat hij kon. Dat je je merk zo maakt dat mensen zich twee nachten voor de deur leggen voor een telefoon die driehonderd euro duurder is geworden, alleen om de eerste te zijn. Iets maken waarvan een hele generatie niet wist dat ze het nodig had. Ik heb zijn autobiografie gelezen: een afwijkende, eigenwijze geest. En volgens mij moet je dat een beetje zijn om zulke grote dingen te doen.”
Naam:
Corné Hendrikx
Leeftijd:
60 jaar
Onderneming:
Cest moi - de huidspecialist
Gevestigd:
Princenhage, Breda
Burgerlijke staat:
Getrouwd met Vivi. Vader van twee kinderen: een zoon Tycho (27) en dochter Tessie (25)
Hobby’s:
“Windsurfen, aan de randmeren bij Strand Horst. Daar hangt een sfeertje waarbij of je nou oud, jong, lang surft, het duurste materieel hebt of het goedkoopste spul, dat maakt niet uit, alles helpt elkaar.”





