Portretten Johan van Gurp, te zien tot en met 21 april in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur. foto's Johan van Gurp
Portretten Johan van Gurp, te zien tot en met 21 april in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur. foto's Johan van Gurp

‘Ik baal dat ik Mandela niet op de foto heb’

  Cultuur

BREDA - Bijna alle beroemdheden van de afgelopen decennia heeft hij wel gefotografeerd: Johan van Gurp. De voormalig hoffotograaf van (BN) De Stem exposeert met portretten van zijn hand in Etten-Leur. Een portret ontbreekt: Nelson Mandela. “Ik heb de kans gehad, maar ben niet gegaan. Daar baal ik nu nog van.”


Het is tekenend voor de instelling van Johan van Gurp (65). Altijd op zoek naar dé foto op hét moment. “Een jaar of vijftien geleden was Mandela in Nederland, in Den Haag. Als je aan me vraagt, wie had je nog graag op de foto gezet, dan is dat één man: Nelson Mandela. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik toen niet ben gegaan.”

Maar meestal ging Van Gurp wel. Bij het samenstellen van deze expositie zag hij ze voorbij komen. Johan Cruijff, Toon Hermans, Carl Lewis, Koningin Beatrix, Juliana, Bernhard. Noem een naam en grote kans dat de Bredase fotograaf er een sprekend portret van heeft.

“Ik heb veertig- tot vijfenveertigduizend portretten gemaakt in mijn carrière. Heel veel sport, omdat dat mijn liefde was. Als ik ergens naar toeging voor een gebeurtenis dan had ik al in mijn hoofd dat ik een portret van iemand wilde maken. Bekend voorbeeld is de foto van Beatrix. Die stond bij de KMA te kijken naar een schermwedstrijd, in een sportzaaltje.”

“Acht van de tien foto’s zijn ongeposeerd, gemaakt tijdens een nieuwsfeit. Daarom hebben ze ook in de meeste gevallen nooit de krant gehaald, de gebeurtenis waar de geportretteerden aanwezig waren, was belangrijker. Soms werden ze later nog eens geplaatst bij een necrologie.”

“Het was bij die gebeurtenissen zoeken naar het moment. Dat was het spel en de uitdaging. Zo heb ik Miles Davis gefotografeerd in de lobby van het hotel waar hij verbleef. Hij was in gesprek met een journaliste. Dan is het met een beetje telelens wachten op dat moment. De achtergrond moet rust uitstralen, niet drie mensen in beeld erbij.”

“Zelf vind ik de foto’s uit mijn zwart-wit periode het meest sprekend, gemaakt tussen 1970 en 1995, toen de krant alleen nog in zwart-wit gedrukt werd. Die springen eruit, geven een rustiger beeld.”

“Een portret is voor mij geslaagd als je er langer naar kijkt dan normaal. Ik probeer iemands karakter er in vast te leggen. Mensen zeggen tegen mij dat ze meteen kunnen zien dat het een Van Gurp is. Dat oordeel laat ik graag aan anderen over.”

Elke foto is een verhaal. En dus heeft Van Gurp veel verhalen, ook van foto’s die er niet bleken te zijn. “Pelé, mijn jeugdheld, die had ik op de foto. Bij de eerste officiële competitiewedstrijd in de Arena heb ik een kwartier naast hem gestaan. NAC speelde toen tegen Ajax. Bij terugkomst in Breda heb ik toen echter mijn filmpje ontwikkeld in de fixeer, een collega had twee flessen verwisseld. Er stond dus niks meer op.”

Van vijfenveertigduizend portretten moest de fotograaf voor deze expositie terug naar negentig. “Maar dat hadden er dus ook 150 kunnen zijn.” De uitverkoren foto’s hangen nog tot en met 21 april 2014 in het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur. “De kleinste 2 bij 2,5 cm, gemaakt voor een postzegel, de grootste 1,8 bij 1,2 meter, afkomstig van BredaPhoto in 2003.”