Aan de keukentafel met Guido Weijers: ‘Ik wil veel ondernemen om bij te dragen aan oplossingen’ | Bredavandaag | Hét nieuws uit Breda
Foto: Luuk Roozeboom

Aan de keukentafel met Guido Weijers: ‘Ik wil veel ondernemen om bij te dragen aan oplossingen’

  Economie

BREDA - Bijna alle Nederlanders kennen hem wel: de Bredase cabaretier Guido Weijers. Hij is bekend van zijn shows, maar minder bekend als ondernemer. Guido kwam dit jaar onder andere in het nieuws met zijn open brief aan premier Rutte. Hij steekt zijn mening niet onder stoelen of banken.


Guido, we kennen je allemaal als cabaretier, maar je bent ook ondernemer. Kun je daar eens meer over vertellen?
“Ik heb 4 BV’s. Mijn hoofdbedrijf is Loens Holding BV en daaronder heb ik verschillende takken. Tegenwoordig is daar bijvoorbeeld Loens Vastgoed aan toegevoegd. Dat ben ik gestart, omdat je als artiest geen pensioenopbouw hebt. Al mijn spaargeld zit in stenen. Maar ik houd mijzelf toch het liefst gewoon bezig met creatief zijn, mijn vader en broer houden zich bezig met de cijfers.”

Wanneer wist je dat je cabaretier wilde worden? En hoe heb je de switch naar dit beroep gemaakt?
“Het begint allemaal met een droom. Als 12-jarig jongetje zag ik Youp van ‘t Hek en Herman Finkers in het theaters staan en dan vraag je je af of jij dat ook zou kunnen. Dat is dan de droom. Daarna ging ik me nog meer verdiepen in artiesten en cabaret. Ik kwam erachter dat alle succesvolle cabaretiers mee hebben gedaan aan Cameretten. Tijdens mijn studie kon ik hier vrij risicoloos aan mee doen, want ik had geen baan die ik op hoefde te zeggen of heftige keuzes die ik moest maken. Ik deed eerst mee aan het Leids Cabaret Festival, maar dat was geen daverend succes; ik werd vierde en alleen de eerste drie gingen door naar de finale. Een half jaar later deed ik mee aan Cameretten. En dat was meteen vol in de roos. Ik had een route gesteld voor mijzelf en die heb ik strak gevolgd. Ik stond binnen vijf jaar in alle grote zalen. Ik had het geluk dat veel mensen me grappig vonden.”

Stel dat het nou niet gelukt was om cabaretier te worden. Had je dan een alternatief?
“Ik wil graag blije mensen zien, mensen vermaken. Dus dan zou ik wellicht een hotel hebben. Als mensen bij mij komen en ze zijn blij, dan geeft dat mij voldoening. Of dat nou duizend mensen zijn in een theaterzaal of twintig mensen in tien hotelkamers. Dat maakt me niet zoveel uit. Van mijn zestiende tot mijn achttiende heb ik in een cafetaria gewerkt en dat vond ik heel waardevol. Ik heb daar meer geleerd dan op mijn middelbare school. Het gaat niet om de stelling van Pythagoras, maar om hoe je met mensen omgaat en dat je wat zelfvertrouwen krijgt. Durf je iemand aan te kijken als hij/zij binnenkomt en durf je sorry te zeggen als je een fout hebt gemaakt? Wezenlijke dingen die er in het leven toe doen.”

Tegenwoordig geef je geluk workshops. Hoe ben je daar opgekomen?
“Ik begon de laatste jaren te merken dat mijn theatervoorstellingen steeds filosofischer werden. Toen bedacht ik me dat ik het tof zou vinden om bijvoorbeeld een filosofisch café te beginnen, maar dan zit je elke zondag voor 40 man in een café. Dat is zakelijk niet zo handig. Het werd uiteindelijk een geluk workshop die ik naar het theater heb gebracht. Ik vond het belangrijk om te werken aan een goed verwachtingsmanagement. Want de theatercollege’s die ik geef zijn heel anders dan de shows die mensen van mij gewend zijn. Het moet niet zo zijn dat bezoekers een kaartje kopen en dat ze een Guido Weijers-show verwachten. Ik heb liever een halfvolle zaal met juiste verwachtingen, dan een volle zaal met de verkeerde. Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik niet bang moest zijn om weer vanaf 0 te beginnen. Adverteren zonder m’n naam te gebruiken. En zo publiek opbouwen die komt voor de inhoud van een onderwerp i.p.v. alleen om te lachen. Ik wil niet alleen maar voortborduren op een bestaande succesformule, maar juist een nieuwe uitproberen.”

Je hebt onlangs een open brief geschreven aan Mark Rutte. Deze heeft het landelijke nieuws gehaald. Welk punt wilde je maken?
“Theaters nemen alle maatregelen en ook ikzelf wil veel ondernemen om oplossingen aan te dragen. Toch worden alle ideeën afgewezen door de regering. Daarom wil ik gewoon antwoord op één vraag: zou je onze plannen willen beoordelen op een daadwerkelijk besmettingsrisico? Dat is het enige wat ik vraag. Als je momenteel een plan indient bij de gemeente, dan kijken ze alleen naar de regels en niet of iets veilig is. Ik wilde aan Mark Rutte vragen of onze plannen beoordeeld kunnen worden op het risico. In de eerste paar weken kon het kabinet zich verschuilen achter de onwetendheid, maar we zijn inmiddels acht maanden verder. We weten veel intussen wel. De brief die er toen lag, zou je vandaag weer kunnen sturen. In dat half jaar is er heel veel gebeurd, maar we zijn niets opgeschoten. De theaterbranche kan wel zeggen dat alle plannen die er liggen veilig zijn, maar we mogen dat niet bewijzen. We mogen niet testen omdat we niet weten of het veilig is. En we weten niet of het veilig is omdat we niet mogen testen. Zo blijven we in een vicieuze cirkel zitten en dat vind ik zonde. Mark Rutte is een manager. Hij weet goed te bemiddelen en te regelen. Maar voor mij is Mark Rutte geen leider. Een leider durft principiële keuzes te maken. Ook als daar voor hemzelf risico’s aan kleven. Maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Ik ben daar wat radicaler in. Dit is het leven, betreden op eigen risico.”

Kun je een keuze maken uit één van de twee dilemma’s: er is te weinig ondernemerschap in de cultuursector óf zakelijkheid ondermijnt de creatieve geest?
“Ik kies voor het eerste. Er zijn een paar theaters die zich meteen hebben aangepast, maar heel veel theaters willen niet gaan schreeuwen, omdat ze gesubsidieerd worden. Zij denken ‘als we gaan blaffen tegen de hand die ons voedt, dan hebben we straks ook een probleem’. Dat valt mij wel een beetje tegen. Kan me voorstellen dat je heel lang de relationele sfeer goed wilt houden, maar als iemand je in een nekklem heeft wordt het toch tijd om een keer te gaan staan voor je zaak.”

Als bekende Nederlander trek je soms ook fout volk aan. Mensen die een graantje willen meepikken. Heb je zakelijk keuzes gemaakt waar je spijt van hebt?
“Ja, dat heb ik wel. Maar ik heb eigenlijk vanaf het begin af aan mijn bedrijf vrij klein gehouden en de geldzaken bij mijn vader gehouden. Dat is veilig en vertrouwd. Daar zit geen dubbele agenda achter. Je hebt in het leven gevers, nemers en je hebt ruilers. Gevers die geven en willen graag mensen om zich heen. Hen wordt het succes vaak ook gegund. Maar je hebt ook mensen die alleen maar nemen, die hebben net zo vaak succes als mensen die geven, maar die wordt het wat minder gegund. Maar het knappe van nemers is: Die zitten daar niet mee. En ruilers zijn mensen die als ze iets geven, ook iets terug willen. Alles komt op een weegschaal te liggen. Ik heb bedacht dat ik graag wil geven en als mensen daar misbruik van maken, dan is dat één keer prima, maar daarna werk ik nooit meer met ze samen.”

En ten slotte, met wie zou jij nog graag een keer aan de keukentafel willen zitten?
“Hmmm. Obama, God, Gandhi? Als ik van iedereen mag kiezen, dan zou ik toch met mijn oma aan tafel willen denk ik. Zij is inmiddels ruim tien jaar overleden. Ik zou graag met haar dertig jaar terug willen gaan. De laatste vijf jaar werd mijn oma dement, dus dan heeft aan tafel zitten niet zoveel zin. Maar ik zou haar graag in de kracht van haar leven willen ontmoeten. Als ik mijn oma zou spreken, zou ik dingen willen weten, maar ik zou haar ook willen overtuigen van dingen die ik vind. Mijn oma was heel erg gelovig en ik vond dat daar best wel wat scherpe kantjes vanaf mochten. Als je als kind met je oma of opa praat is er ook een hele andere verstandhouding. Ik zou nu graag op een gelijk niveau willen praten.”

Naam:  Guido Weijers
Leeftijd:  43
Bedrijf: Loens Media BV
Functie: Cabaretier en eigenaar van eigen BV’s
Vriendin: 5 jaar samen met Regina
Kinderen: Bewust kinderloos
Podcast: Ik neem zelf een podcast op met mijn beste maatje en dat is eigenlijk ook een groot excuus om elkaar met regelmaat te spreken, want wij zien elkaar amper. We nemen de podcast op op video, dus noemen onszelf de Vodgasten. We zijn begonnen via Skype. Iedere twee weken nemen we een gesprekje op van ongeveer een half uurtje. We beslissen van tevoren niet waar het over moet gaan. Of één van ons twee beslist. Dan weet de ander niet wat er komt, waardoor het totaal pretentieloos is.
In het begin luisterden er een paar honderd mensen naar onze podcast, maar laatst zaten we ineens op 20.000 luisteraars.