Diervriendelijke stallen. foto Basile Lemaire
Diervriendelijke stallen. foto Basile Lemaire

Opinie: Geef duurzame agrarische ondernemers de ruimte

  Opinie

OPINIE - Breda moet flexibeler omgaan met bestemmingsplannen voor agrarische ondernemingen en maatwerk mogelijk maken. Het beleid van de gemeente is te strikt en haalt de concurrentiekracht uit onze duurzame, agrarische ondernemingen. Dat stelt Basile Lemaire, kandidaat-raadslid CDA Breda in dit opinieartikel.


“Alle megastallen in Breda moeten dicht” hoorde ik een Bredaas politicus onlangs zeggen. Een opmerkelijke uitspraak want we hebben in Breda geen megastallen. Het is misschien exemplarisch voor het negatieve beeld dat men in Breda soms heeft van ondernemers in het buitengebied. Een beeld dat kan variëren van domme boeren tot vervuilende dierenmishandelaars. Een beeld dat er mijns inziens toe bijdraagt dat Bredase regelgeving voor het buitengebied onnodig streng is en behoorlijk benauwend wordt.

Ik durf te stellen dat ondernemers in ons buitengebied behoren tot de meest diervriendelijke en duurzame ter wereld. De Europese milieuwetgeving is namelijk streng. Daarbinnen is de Nederlandse regelgeving nóg strenger. Vervolgens doet de provincie er nog een schepje bovenop en lijkt Breda het beste jongentje van de klas te willen zijn. Het gevolg is dat we het een, nu nog succesvolle, bedrijfstak moeilijk maken om te ondernemen.

Bredase, agrarische bedrijven mogen nauwelijks meer uitbreiden terwijl dat wel nodig is om de oplopende kosten te kunnen dekken. Neem bijvoorbeeld onze varkenshouderij. We kennen geen megastallen met dieren opgepropt in boxen. We kennen bedrijven met groepshuisvesting: één grote stal waarbinnen de dieren vrij kunnen bewegen.

Om financieel te kunnen overleven moet een dergelijk bedrijf al drie keer groter zijn dan 30 jaar geleden het geval was. Te stringent duurzaamheidsbeleid kan daarmee een averechtse werking hebben: diervriendelijke, Bredase bedrijven kunnen straks mogelijk niet meer concurreren met megastallen uit Duitsland en Denemarken waar de onkosten per dier aanzienlijk lager zijn.

Een ander voorbeeld is onze glastuinbouw. Door de strikte bestemmingsplannen is men in Breda per bedrijf gebonden aan een maximum van drie of vier hectare aan kassen. De noodzakelijke investeringen in duurzaamheid komen daarom ten laste van een kleine hoeveelheid producten. Bredase ondernemingen werken met biologische middelen om de planten vrij te houden van ongedierte, zoals het inzetten van roofmijten en feromoonvallen. Ook wordt er geteeld op stellingen en gaat er niks de grond in. Water met meststoffen kan zo volledig worden gerecycled. Zelfs het CO2 wordt opgevangen en hergebruikt.

Omdat onze ondernemers door de hoge kosten niet kunnen concurreren op prijs, kan men alleen concurreren op smaak en kwaliteit. En een lage prijs blijkt voor afnemers toch vaak doorslaggevend. Het gevolg is dat onze export, van bijvoorbeeld aardbeien naar Groot-Brittannië, afneemt. Landen die niet duurzaam produceren, winnen aan terrein. Het gaat daarbij ook om landen binnen de Europese Unie waar men nog chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.

De ondernemers in ons buitengebied zijn diervriendelijk en duurzaam. Ik verzet mij tegen de negatieve beeldvorming van een vervuilende sector. Ik besef me daarbij dat onbekend onbemind maakt. De onbekendheid bij het Bredase publiek met dit diervriendelijke en duurzame karakter geeft “milieupopulisten” ruimte voor stemmingmakerij. “Alle megastallen in Breda moeten dicht” is zo’n milieupopulistische uitlating.

Niemand is tegen duurzaamheid. Natuurlijk niet. Ook onze agrariërs niet. Maar zij hebben dan wel de ruimte nodig om te ondernemen. Voor vernieuwing en verduurzaming heeft de sector zelf een concept ontwikkeld, het zogenaamde “ondernemen met buren”. De kern daarvan is dat de verantwoordelijkheid voor het vergunningsproces bij de ondernemer komt te liggen. In dialoog en instemming met buren en omgeving, en binnen wettelijke randvoorwaarden, komt hij/zij zelf tot plannen voor vernieuwing, ontwikkeling en innovatie.

Ik stel voor dat de gemeente Breda hier actief aan gaat meewerken. In lijn daarmee kunnen we bestemmingsplannen flexibiliseren en maatwerk mogelijk maken. Waarom zou een ondernemer geen aanbouw aan zijn stal mogen maken als de omgeving aangeeft daar geen last van te hebben? Zeker als zijn dieren daar baat bij hebben?

Door “ondernemen met buren” en flexibilisering van bestemmingsplannen krijgen juist onze diervriendelijke, duurzame en innovatieve ondernemers de noodzakelijke ruimte om te groeien.

Basile Lemaire
Dit artikel verwoordt de mening van Basile Lemaire, bestuurskundige, ondernemer en kandidaat-raadslid voor het CDA Breda.

 




NIEUWSBRIEF


Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief