Foto: Sp

Michiel van Nispen(SP) is nog niet klaar in de Tweede Kamer: ‘Er is nog genoeg om mijn tanden in te zetten’

  Politiek

BREDA - Michiel van Nispen (1982) is een echte Bredanaar. Hij is er geboren en getogen, ging naar school aan de Nassau en woont nu nog steeds in Breda. Hij is bijna zeven jaar actief in de Tweede Kamer, en wil die periode na deze verkiezingen nog verder uitbreiden. En als nummer vier op de lijst van de SP maakt hij daar goede kans op.


Michiel, je hebt al zeven jaar ervaring in de kamer. Wat is voor jou het hoogtepunt en het dieptepunt van je jaren in de Tweede kamer? 

“Ik vind het mooiste om mét mensen en vóór mensen in actie te komen. De afgelopen jaren hebben we demonstraties gehad van gevangenispersoneel tegen ondoordachte ontslagen, sociaal advocaten die strijden voor recht voor iedereen, tolken en vertalers die in actie kwamen tegen de teloorgang van hun belangrijke werk. Als ik één hoogtepunt moet noemen: het oud-gevangenispersoneel dat in actie kwam voor een beter pensioen, daar hebben we ook – na jarenlange inzet van vooral die mensen zelf – succes op bereikt, we dwongen die verbeteringen af door acties. Dat is echt mooi.”

“Een dieptepunt vind ik zelf dat het SP-voorstel voor drie uur gym op de basisschool van een vakleerkracht nog geen meerderheid heeft, we willen fors investeren in het primair onderwijs om onder andere dit mogelijk te maken. Meer en beter bewegingsonderwijs is volgens mij hard nodig voor een gezondere en sportieve samenleving in de toekomst, alle kinderen hebben het recht om goed te leren bewegen en jong geleerd is oud gedaan. Hopelijk lukt dat de komende periode wel!”

Wat is jouw motivatie om opnieuw de Tweede Kamer in te gaan?

“Ik vind het een eer om volksvertegenwoordiger te zijn. Als je soms ziet hoe mensen vermorzeld worden door systemen en vaak door de overheid zelf, kijk naar de toeslagenaffaire of de aardbevingsslachtoffers in Groningen, dat is echt schandalig: puur onrecht. Ik wil me inzetten voor rechtvaardigheid voor iedereen. Eerlijke wetten en beleid en een eerlijke overheid, die de belangen van mensen centraal stelt, boven de belangen van het grootkapitaal. En er is nog zoveel meer om eerlijker te maken: Toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen. Lagere huren en meer beschikbare woningen. Een hoger inkomen. Kleinere klassen. Er is nog genoeg om met mijn collega’s de tanden in te zetten!”

Hoe beleef je deze campagneperiode?

“Contact met mensen is voor volksvertegenwoordigers essentieel, zonder dat kun je je werk niet doen. Juist in campagnetijd kom je veel mensen tegen en spreek je veel mensen, dat is dit jaar wel echt anders en daarom minder leuk. We proberen natuurlijk veel digitaal te doen, maar we gaan als SP ook nog steeds de buurten in, de Coronaregels in acht nemend, om te flyeren en bij mensen aan te bellen (een paar stappen terug en je houdt voldoende afstand). Dus ja, het is anders dan anders, maar we maken er het beste van. En het is goed om voor ogen te houden dat deze verkiezingen natuurlijk beheerst worden door Corona, maar dat de verkiezingen gaan over zoveel meer de komende jaren: onze zorg, wonen, inkomens, onderwijs, veiligheid en al die andere belangrijke thema’s waar de SP uitgewerkte plannen voor heeft om Nederland eerlijker en rechtvaardiger te maken voor iedereen.”

Wat kunnen mensen van jou verwachten de komende jaren wanneer je verkozen wordt op 17 maart? 

“Ik maak me grote zorgen over onze rechtsstaat. De toegang tot het recht staat op het spel, grote groepen mensen kunnen hun recht niet meer halen. Omdat de sociaal advocatuur wordt uitgeknepen, de vergoedingen zijn zo laag dat veel rechtshulpverleners er mee stoppen en mensen geen rechtshulp meer kunnen krijgen. En als mensen hun recht niet meer kunnen halen, dan blijft onrecht bestaan. Dat moet niet kunnen in een rechtsstaat, want iedereen heeft recht op recht. Ik wil een betere vergoeding voor sociaal advocaten, rechtshulp voor iedereen die dat nodig heeft, en toegang tot het recht in de buurt: in Huizen van het recht, waar mensen hun verhaal kunnen doen van mens tot mens en waar je gehoord én geholpen wordt.”

Wat zou je willen zeggen tegen Bredanaars die van plan zijn om niet te stemmen?

“Ik begrijp best dat mensen hun vertrouwen kwijt zijn geraakt in de overheid en in de politiek. Er gebeurt ook heel veel waar ik kwaad van word. En dan kún je er voor kiezen niet te gaan stemmen en je er niet mee te bemoeien. Maar realiseer je dan, Den Haag bemoeit zich wel degelijk met jullie. Het gaat over inkomenspolitiek, huisvesting, vervoer, zorg, onderwijs, veiligheid, werkelijk alles! Laat dus vooral je stem niet verloren gaan, zou ik willen zeggen.”