
De Bredase Da Vinci: Waarom elke Bredanaar Jan Ingenhousz zou moeten kennen
Door: Ties de Bakker Algemeen UitgelichtBREDA - Jan Ingenhousz is de bekendste onbekende Bredanaar. Een man die een baanbrekende ontdekking deed, verantwoordelijk was voor de gezondheid van keizers en in contact stond met wereldspelers als Benjamin Franklin. Deze achttiende-eeuwse arts en mede-ontdekker van fotosynthese is volgens Judith Aartman van Stadsarchief Breda onterecht in de vergetelheid geraakt.
‘’Waarom is hij zo onbeduidend de geschiedenis in gegaan?’’. Judith Aartman, historisch onderzoeker Stadsarchief Breda, vroeg zich dat af toen zij onderzoek deed naar Ingenhousz (hij schreef zelf Ingen-Housz). Zij hielp mee met het digitaliseren van het werk van de achttiende-eeuwse Bredase arts, dat in het stadsarchief ligt. “Hoe meer ik over hem las, hoe interessanter hij werd. Hij was zó veelzijdig, hij heeft een Da Vinci-achtig profiel. Echt een universeel mens als je kijkt waarin hij zich zoal verdiept heeft.’’
Met de digitalisering van Ingenhousz’ werk wilde het stadsarchief een balletje aan het rollen krijgen. Namelijk om zijn naam bekender te maken bij het Bredase publiek. ‘’Bredanaars kennen zijn naam waarschijnlijk vooral van het Ingenhousz-gebouw dat aan het Dr. Jan Ingen Houszplein ligt. Maar wie de man achter die naam is niet. Het is nu de ‘Maand van de Geschiedenis’, met het thema: ‘Eureka!’. Wetenschappers worden dus in het zonnetje gezet. Dit was het perfecte moment om zijn werken digitaal vrij te geven en een soort sneeuwbaleffect te creëren.”
Tekst gaat verder onder afbeelding.
![]()
Judith Aartman met een boek waar Ingenhousz aantekeningen in maakte - Ties de Bakker
Jan Ingenhousz’ kinderjaren
Ingenhousz (1730-1799) groeide op als zoon van een apotheker. Zijn vader, Arnoldus, runde die apotheek vanuit hun huis aan de Eindstraat in het centrum. Jan was een hoogbegaafde jongen en zat op de Latijnse school in Breda. Zijn talenknobbel kwam goed van pas: ‘’Arnoldus had ooit gediend in het leger en gevochten in Schotland. Zijn apotheek werd vaak bezocht door een klant genaamd John Pringle, een Schotse legerarts. Hun raakvlakken schepten een band, maar er was een taalbarrière. Daar kwam Jan in het spel. Hij fungeerde als tolk tussen de twee’’, legt Aartman uit.
Studietijd
Geïnspireerd door zijn vader en familievriend Pringle wilde Jan geneeskunde studeren. Dat deed hij in Leuven en Leiden. In Leiden ontmoette hij iemand die een nieuwe interesse in hem ontwaakte: “Van Musschenbroek doceerde aan de Universiteit en was gespecialiseerd in elektriciteit. Hij ontwikkelde de Leidse Fles, een soort voorloper op de batterij. Hij stak Ingenhousz aan met zijn interesse en zij hielden elkaar nog lang op de hoogte van de experimenten die ze deden.’’
Op naar Engeland
Na zijn studies keerde Ingenhousz terug naar Breda. Hij runde er tien jaar een huisartsenpost en zou vertrekken, om daarna nooit meer terug te keren. “Hij wilde gehoor geven aan zijn vurige verlangen om zijn kennis te verbreden. Hij stopte met zijn huisartsenpost en ging op uitnodiging van familievriend Pringle naar Londen. Die inmiddels hofarts aan het Britse hof was.’’
Ook was Pringle aangesloten bij ‘The Royal Society’. Dit is een vereniging waar hoog aangeschreven wetenschappers, lees Isaac Newton (1643-1729), founding father Benjamin Franklin (1706-1790) en later Charles Darwin (1809-1882) en Albert Einstein (1879-1955), lid van waren. “Pringle introduceerde Ingenhousz aan leden van de The Royal Society. Daar profiteerde hij heel erg van. In die tijd klom je alleen op de maatschappelijke ladder door connecties en onderlinge aanbevelingen.’’
Ingenhousz kwam namelijk met een plan naar Engeland. Hij wilde er alles leren over vaccineren tegen pokken. De pokkenepidemie eiste in het achttiende-eeuwse Europa jaarlijks 400 duizend levens. Engeland was een van de weinige landen waar men experimenteerde met vaccinatie. ‘’Ingenhousz begon door een contact dat hij opdeed bij The Royal Society te helpen met het vaccineren van kinderen. Daarna hielp hij zelfs met het vaccineren van hele dorpen. Met succes.’’
Werken aan het Weense hof
Dat bleef niet onopgemerkt. De keizerin van Oostenrijk, Maria Theresia, verloor drie van haar kinderen aan de ziekte en overleefde hem zelf nauwelijks. Ze nam contact op met het Britse hof, omdat de succesverhalen uit Engeland Oostenrijk bereikt hadden. ‘’Pringle droeg Ingenhousz voor. Die kon niet weigeren en vertrok naar Wenen. Daar entte hij met succes keizerlijke familieleden in en werd hij benoemd tot hofarts.’’
Ingenhousz verdiende bakken met geld aan het Weense hof, waar hij elf jaar werkte. Maar hij zocht uitdaging. Hij deed veel onderzoek en experimenten. ‘’Het begon met elektriciteit, waarover hij veel correspondeerde met Benjamin Franklin. Franklin werd uiteindelijk een van de grondleggers van de Verenigde Staten. Hij stond dus echt met de grootste der aarde in contact. Daarnaast deed hij onderzoek naar luchtkwaliteit, omdat er toen voor het eerst theorieën ontstonden dat lucht niet uit één materie bestond. Dat mondde uit in het ontwikkelen van een luchtkwaliteitsmeter: de eudiometer. Ook was hij zeer geïnteresseerd in plantkunde.’’
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
![]()
Ontwerp van de eudiometer - Ties de Bakker
Eindelijk vrij
Maar Ingenhousz paste niet in het keurslijf van een leven aan het hof, waar strenge etiquette heerste. Dus vertrok hij naar Engeland in 1778 en keerde hij niet meer terug naar Oostenrijk. ‘’Hij trok naar het platteland en dompelde zich volledig onder in experimenten met gassen, luchtkwaliteit en planten. Vijfhonderd experimenten later deed hij zijn bekendste ontdekking: fotosynthese. Natuurlijk waren er al eerder wetenschappers die zich bezighielden met luchtzuivering door planten. Maar de experimenten van Ingenhousz wezen uit dat zonlicht essentieel is in dat proces. Die ontdekking was de climax van zijn leven.’’
Terug naar nu
Waarom is hij zo onbeduidend de geschiedenis in gegaan? Na het leven van Ingenhousz nog een keer te zijn doorlopen kan Aartman die vraag zelf beantwoorden: “Het was een tijd waarin wetenschap zich snel ontwikkelde. Veel uitvinders waren niet de enige die ontdekkingen deden op een onderwerp. De een maakte een begin, sprak er met bevriende wetenschappers over, en de andere borduurde erop voort. Zo ging dat ook in het leven van Ingenhousz. Omdat er niet vaak één uitvinder aan te wijzen is, raken ze in de vergetelheid.’’
Ingenhousz moet uit de vergetelheid getrokken worden deze maand. Daarom heeft het stadsarchief samen met stichting KOP drie kunstenaars de opdracht gegeven om zich te laten inspireren door het werk van Ingenhousz. Zij presenteerden 4 oktober hun ontwerpen bij de opening van de ‘De bekendste (onbekende) ontdekking van Breda!’-expositie. Eén van de ontwerpen moet ergens in de stad een plekje krijgen. Aartman vindt dat een goed begin, maar denkt dat er meer moet gebeuren: ‘’Ik zou graag alle archieven, die spullen van Ingenhousz in bewaring hebben, willen oproepen die werken ook te digitaliseren. Het mooiste zou zijn om alles in één plek samen te brengen, maar laten we klein beginnen. Ik denk dat we versteld zullen staan van de ontdekkingen die boven tafel zouden komen.’’




